Zwerfvrouw: een onmogelijke column

februari 29, 2016
zwerfvrouw3Haar verhaal is het verhaal van vele anderen (maar daarom niet minder triest). Maar het mag niet zo maar verteld worden vindt Zijn Muze. Dichtertje en Zijn Geliefde zitten gebogen over een bokaal ochtendlijke troost.
“Niet iedereen mag loslopend wild zijn voor elke kwiet die in een krant schrijft.” “Maar het was zo ’n mooie, lieve, intelligente vrouw”, probeert Dichtertje. “Iedereen kent haar hier”, zegt Prinses.
Ergens ver weg in Radio Hoofd knalt een oud nummer van Sparks: This town aint big enough for the both of us. Gevolgd door Slade: Mama, mama, we are all crazy now.
In de grijsheid van de prille maandag passeren allerlei onderwerpen de revue. Variaties op één thema: tales of ordinary madness. Beelden flitsen voorbij: in een YouTube-filmpje smeekt een moeder de minister van volksgezondheid en de hele psychiatrie om haar zoon eindelijk te helpen. Hij heeft diabetes en autisme en is drugsverslaafd. Geen enkele psychiatrische instelling wil hem opnemen. En heeft men daar laatst niet uit pure onmacht een losgeslagen jongen doodgeslagen – per ongeluk?
Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen…
Het is De Vrouw Met De Duizend Gezichten. Dwaas & zot , soms oversekst, soms suïcidaal. Ze dobbert door het stadje, zoals tumbleweed door een spookstadje in The Far West. Swampfever aan de Vaartkom. Arme Hysterische vrouw, proto-Anna O. van Sigmund Freud, the Witch Queen of New Orleans. Bacchante (ontsnapt uit een drama van Euripides). Dulle Griet (bloeddorstiger dan Tarantino), Volpina, de maanzieke nymfomane uit Fellini zijn Amarcor. Het is van alle tijden…
Over dit verhaal hangt een waas, als een ochtendnevel, een gordijn, gedragen door de wind. Door de gaten zien we slechts kleine stukjes van het geheel.
“Die vrouw heeft toch ook haar privacy. Moeten we die niet beschermen?”. “Moeten we dan ook niet de buurt beschermen”, vraagt Dichtertje, de wanhoop nabij. “Als de flikken gebeld worden, omdat de buurt weer eens om vier uur ’s nachts helemaal op zijn kop gezet wordt, door iemand die van toeten noch blazen weet, geen kwaad in de zin heeft, maar met wie geen land meer te bezeilen valt. Moet die arme ziel in kwestie, tijdelijk getroebleerd, en getormenteerd, dan niet even naar een gespecialiseerde kliniek kunnen gebracht worden?”, probeerde poëetje, “tot de persoon weer genoeg bij zinnen is om zelf te bepalen of hij, of zij, verdere behandeling wil. Een pauze, een bezinning, een time-out…”
Dichtertje wist dat de zaak nog moeilijker op te lossen is dan een Sudoku van moeilijkheidsgraad 4 (zonder koffie)… Hij, taalarbeider, wou spijkers met koppen slaan. Dichtertje keek naar de hemel.
Helemaal gek werd hij ervan.
Didi de Paris

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: