Archive for maart, 2007

Das Kabinett des Dr. Caligari

maart 30, 2007

del-wim-003206-d.jpg

Een secretaresse gooide het ochtendlijke bakje troost om. Het lauwe bruine vocht verspreidde zich over haar bureau en over diverse dossiers. Een smeerboel was het. Elders gooide een poetsvrouw een emmer vuil water om. En de hele trap was net netjes gepoetst! En nog ergens anders op een zolder vond een derderangsdichtertje een lang verloren gewaand boek terug. Het viel uit zijn handen door het luik, langs de eerste trap, langs de tweede trap, en langs de derde trap, de overtreffende trap (neerwaarts) tot helemaal beneden. Het was zo een dag waarop de zwaartekracht het niet begrepen had op haar onderdanen.

Country ‘Cow’ Joe holde naar het kleinste kamertje. Liet zijn broek zakken en dacht aan zijn mailbox die hij even daarvoor had geopend. Terwijl het ene oog nog dreef op een bak oplos-troost, had het andere de letters gelezen. Pandora had geschreven: “Zie je, Joe, ik hou nogal van mijn gemak.” Het leek de aanhef van een romantisch liefdesgedicht. De Tachtigers, twee eeuwen terug in de tijd. Wat kon het zijn? Een cross-over tussen Herman Gorter en Jimi Hendrix? Joe had in de ochtendlijke mist gestaard, kraaien horen krassen en gedacht. “Dat ze geboren zijn met een baksteen in hun maag, zo omschrijven ze zichzelf graag. Ik denk eerder dat ze op de wereld gekomen zijn met een groot gemak in hun lijf. Dat zweer ik u, bij de diepste ingewanden van Jezus Christus!

Ook viel het hem op dat er in de contemporaine belletrie weinig naar het toilet gegaan werd. Zou dat geen stof zijn voor een soap? Constipation Island? Handen goed wassen, hoor! (Hét grote voordeel van elektronisch publiceren is natuurlijk dat de kans klein is dat de InterNeppezen jou lezen op het toilet. Een wreed lot dat totnogtoe alle groten uit de wereldliteratuur was overkomen. Shit happens. Maar in Zaai-beur-spees is alles netjes en rein. Nergens een schijthok te vinden. Kan ook triest zijn!)

Die ochtend had Joe al in alle vroegte een mail die hem twee keer was gestuurd, dubbel beantwoord, twee keer totaal anders. Anders gaan ze denken dat hij al van ’s ochtends alles dubbel zag. Een snelle blik op zijn blogs maakte hem gelukkig Alles was er nog peis en vree. Tot dusver had er die dag, op zijn stek in Schaaibersjees, nog niemand een onvertogen woord gesproken tegen zijn naaste. Zo ver het oog reikte lag alles er nog ongeschonden bij, zoals het water in het zwembad, voor de eerste bezoeker erin duikt. Er heerste peis en vree. Cijfers logen er niet om: views today 0. Een voorbeeld voor heel de buiten-InterNepse wereld.

Verschoning! Gelukkig stonden er niet overal in het huis camera’s. Haarscherp herinnerde Joe zich hoe zijn vader en moeder op een bepaald moment overgegaan zijn tot de plechtige inhuldiging – de tewaterlating – van een toilet met spoelbak. Het was een initiatierite. Daarvoor hadden ze deze sanitaire vooruitgang jaren weten tegen te houden met: “Jullie weten toch zeker niet hoe dat jong is? Als wij zoiets plaatsen dan gaat die daar de hele dag water gaan doorspoelen.”

Het sanitaire gebeuren kende een heel andere dynamiek. Toiletpapier was steevast éénlagig. Deskundig, manueel gescheurd. Met het broodmes. Elke pagina netjes in vier. De blaadjes opgehangen aan een haak. Krantenpapier, godganse jaargangen van “Kerk & Leven”, loodzware edities van de Gouden Gids. En elke verouderde versie van “Ons kookboek”. Zo vond elk neergeschreven stukje -iets wat in de geëlektroficeerde wereld van Zaai-beer-spees ondenkbaar is – zijn beslag. Langzaam -als een virus – creëerde het meer en meer geletterde mensen. Tenminste vanaf hun reet bekeken.

Ook het zitcomfort veranderde aanzienlijk. Er moet een tijd geweest zijn waarin men niet te bekakt was om met de blote kont te gaan zitten op een houten plank met een gat in. Altijd uitkijken of de vernis droog is. Er zijn momenten waarop men blij is dat literauur niet in staat is de wereld in geuren en kleuren te beschrijven –

Ooit was beschaving een kwestie van hangende tuinen, vandaag van zwevende toiletten. Wat voor een tijd is dit? De ijstijd? De schijttijd? Opgewarmde klimaatskots… Had hij allemaal gelezen bij Louis- Ferdinand Céline… Het tijdschrift waarin hij voor het eerst kennis maakte met de auteur zou tweemaandelijks verschijnen. De maatschappij en haar moeizaam geconcipieerde afgang in de richting van een MacDo-cloaca. Met dit tijdschrift wilden een aantal baldadige jongeren met het kaka-pipi-talisme hun reet afvegen. Met dit tijdschrift gaan we ons boekje te buiten. Het was de bedoeling herinneringen te putten, tot 10 mei 1979. De herinneringen zouden samenhangen zoals een zwerm bijen, een cluster zijn, een nevel, gemodelleerd naar het heelal zelve. In nevel beginnen. De periode van circa 1957 tot 1960 en dan van 1december 1970 tot 10 mei 1979, zachtjes uitdeinen.

Dat tijdschrift zou tweemaandelijks verschijnen. Ongelofelijk hoe rekbaar een maand is. Een accordeon is de tijd! Een jaar is zo voorbij. Alsof de zwaartekracht de tijd scheef getrokken had… Het is expressionistische film. Cinema van de onrust in de camera obscura. Als een luis op een kam springen we heen en weer over de tijdsbalk. Langzaam komt de chaos tot rust. Elke televisieuitzending straalt voor eeuwig door het heelal. En wij zitten in een aflevering van Twin Peaks. In de droomkamer krijgen alle muren oren – en handen – en dan neemt alles hetzelfde patroon aan, een grafisch motief van M.C. Escher, een trompe l’oeil, wiskundige onmogelijkheid. Vanuit de stilte zet zich traag in beweging, ” An der schönen blauen Donau” van Johan Strauss jr. En aangevlogen komt een urinoir. Verderlicht draaiend om zijn as. Vrees niets! Het is kunst. Een ready-made van Marcel Duchamps. “Fountain” heet het, maar het bruist niet van leven. Kurkdroog, sinds 1917… Dit is de hemel: de plaats waar alle kunstvoorwerpen zich verzamelen die er ooit één moment in geslaagd zijn een sterveling te troosten…

Advertenties

de reis, het einde, de nacht

maart 28, 2007

colder-heat-2.jpg

In de bomen hangt in dichte drommen de weemoed, veelkleurig – lampionnen. Sommigen ontvouwen zich tot sierlijke bloemen. Magnolia. Een schoonheid die elk jaar terugkeert. Om slechts tien dagen stand te houden. Tintelende pixels. Alleen een ferme hand kan dit beschrijven… Op haar fijne handen lagen aders dik. In het theater is alles mogelijk… Liefde is als bloemen. Totnogtoe had Country ‘Cow’ Joe drie lievelingsauteurs: Hergé, Louis-Ferdinand Céline en Sade. De eerste uit zijn vroegste kindertijd, de laatste bleek een jeugdzonde. Daarover een andere keer meer. Over Céline las hij in een blaadje. Obscuur. Prachtig vormgegeven, met niets anders dan met tonnen creativiteit. Een explosieve cocktail van politieke en artistieke subversie. Een themanummer over intellectuelen en hun foute politieke keuze. Drieu la Rochelle, Brasillach en Céline. En hoe, wij, de linksen, dat uit de poten van de fascisten konden slaan en deze literatuur hanteren als een machtig wapen. Jeugd gefascineerd door de schoonheid van de gifslang. En over de maatschappij weven wij een lijkwade van woorden!

Decennia later was de brand in zijn brein nog niet onder controle. Nog elke dag knetterde het. OK, het was een auteur waar ieder weldenkend mens zich dient voor te schamen. Ongerijmd, dat men zo een fout auteur fêteerde! Maar de stijl, was het vuur aan de goden ontstolen.

Joe zocht en kocht het boek. Het las als, een paternoster van het kwade. Op de hoes het zwarte silhouette van een half opgevreten gezicht tegen een violette achtergrond. Mogelijk was het een eerste vertaling. Van Emanuel Y. Kummer. Uit 1968. Elke zin van de roman was een geladen revolver, gericht tussen de ogen van de lezer. Ook de beats waren zot van deze mallejan. Terwijl alom uit kieren en spleten “No more heroes anymore” klonk, verdiepte Joe zich in leven en werken van Céline. Een tête-à-tête onder de guillotine. Het made-liefje op het kerkhof, de malafide maloot en zijn hondsdolle bezwerende stijl. Het werd een blijvende bron van inspiratie. Alle andere boeken van de auteur passeerden de revue. De sublieme vertalingen door Frans van Woerden. Het hoogtepunt was de 1988 uitgave met honderden tekeningen van Tardi. Joe vroeg zich af of jonge mensen van vandaag, die kinderlijke gezichtjes om hem heen, dat ook hadden. Impulsen. Films, schilderijen, albums, theatervoorstellingen die hen voor eens en voor altijd tekenden. Onherstekbare beschadigingen aan het zenuwstelsel…

Joe wachtte aan de ingang van de theaterzaal. Veel te vroeg. Fan zijn is een ernstige vorm van gekte. En dan kwam er een dame aan, van middelbare leeftijd. En dan plots kwam het jonge volkje er aan – zwermen rare vogels. Het stemde Joe tevreden. Alhoewel. Ze zagen er saai uit. Hun kleding. Hun houding. Dodelijk normaal. De meisjes ontgoochelden hem. Joe kon zich niet van de indruk ontdoen dat hij beland was temidden van een kolonie Bambietjes. Zijn oog viel op… Die daar… de uitzondering die de regel moest bevestigen…

Theater is magie. De mooiste vrouw nam plaats naast hem. Joe mat zich de houding van een hagedis aan. Koudbloedig. Loung lizzard. Concentreerde zich op het podium… De avonturen van Bardamu…. Op het slachtveld. In de mist. Daarna met Lola in het militaire hospitaal. Op de boot. Dan de Afrika-scènes. Bij de baas van de koloniale compagnie. De afgelegen handelspost. Malaria. Kinine. Omhooggetild (La Fura dels Baus). New York: Lola en Molly. Detroit -Ford. Terug in Frankrijk is hij dokter. In de voorstad. Die groeit en bloeit. Nog zijn de banlieus een kruitvat. Bardamu komt in contact met de Henrouilles. Laat zich verleiden, raakt betrokken bij een mislukte moordaanslag op de oma. Met haar en Robinson trekt naar een bedevaartsoord…

Come on youg woman share your fire with me. My lips are cold. My soul is free.” Onlangs hoorde Joe het nummer, oorspronkelijk van Lee Hazelwood en Nancy Sinatra, brengen door Mark Lanegan en Isobell Campbell. Onsterfelijk gemaakt – Een lift suist de mijnschacht in. Was het nu ’60, ’70 of ’80? – door Einstürzende Neubauten medio jaren ’80.

Niet goed weergegeven? Dit stuk houdt zich helemaal niet aan de tekst. Die is herleid tot het absolute minimum. En nóg berensterk! Het geheel moet het hebben van prachtig acteerwerk en een aantal zeer sterke beelden: de scène op het schip naar Afrika. De kippenscene doet denken aan Pane y Chicolata. Hongerfantasie. De kapitein komt het beklag van de rest van de passagiers overbrengen. Machtige scene. Eveneens de jungle optil-scène en de mysterieuze eindscène. Het begin in duisternis. Gehuld. doet zeer David Lynch aan. Ook de slotscène. Onbegrijpelijk. En de bindingsfiguur, de mysterieuse boef, Robinson, die het hele verhaal door opduikt, nu eens als een kwelduivel, dan weer als redder. De zwijgende Christus van bij Dostojewski? Komt hij hier voldoende uit de verf? En de seks? Duikt bij Céline altijd op als zoethoudertje. Paardenmiddel tegen een ondraaglijk bestaan. Even mechanistisch als bij Sade en Bataille. Misschien werd dat in deze voorstelling te liefelijk voorgesteld?

Terwijl hij in het donker van de theaterzaal haar knie tegen de zijne voelde drukken, voelde hij angst opkomen. Hij was bang haar nog eens tegen het frêle lijf te lopen. Hij kon geen gezichten onthouden. Het had alles te maken met een knauw in een wiskundige formule in zijn hoofd: met “Eigenfacen.”

Céline had de prachtige zinsbouw van de Académie Francaise laten exploderen, zoals nu deze jonge belhamels zijn zinnen lieten exploderen in De tekst uit elkaar gehaald. Tot sterk acteerwerk en enkele onuitwisbare beelden. Als de hoofdpersoon bij de directeur van de Afrika-compagnie solliciteert. Dit is de essentie van het theater: spreken via een spreekbuis vanuit een dierenhoofd.

Ergens vooraan in de jaren ’80 ging Joe in Meudon opzoek naar het huis van Louis-Ferdinad Céline. Met Principessa. Of met de moeder van het meisje dat naast hem had gezeten in het theater.

Primavera

maart 27, 2007

cherry.jpg

Nog een geluk dat weinigen hier heel die kloterij zullen lezen (tot het bittere einde). Met het grootste plezier hadden wij graag gezien dat op deze bladzijden, die uit niets anders opgetrokken zijn dan uit geëlektrocuteerde fijne stofdeeltjes, geschreven stond hoe Country ‘Cow’ Joe op die eerste prachtige lentedag van Nul Nul Zeven had genoten van de bloesems in de Japanse kerselaars. Nog volmaakter zou ons geluk geweest zijn als een meesterlijke hand de avonturen die Joe die dag beleefd had, had kunnen laten uitdraaien op een prachtig uitgebalanceerde pointe. Zo eentje waarvoor die goeie ouwe Tacitus weer even zijn Romeinse graf uitwipte om met ons door de weide te hossen, guitige bokkensprongen te maken, in het zonnetje te dansen en te rollebollen tussen madeliefjes. Niets van. Nooit kende de mens een vreemder jaar dan Nul Nul Zeven. Was het omdat men in het voorbije weekeinde gevierd had dat het op de kop af 200 jaar geleden was dat de slavernij afgeschaft werd? Wie zal het zeggen? In elk geval was op de Dag des Heren in alle vroegte een nooit eerder geziene wolk fijn stof, als een sprinkhanenplaag, over Stadt™ Ville© City® nedergedaald. De dag zou aanvangen zoals een duister meesterwerk van David Lynch. Een wolk komt aanwaaien, uit het niets. Gedragen door de wind. IJzervijlsel, droompoeder, of nog iets anders. Zacht gierende wind. IJskoude soundtrack. Industrial. Soms lijken de geluiden weg te ebben. Geen geluid klinkt te hard. Alles, niet aflatend, dreigend…

Of we onze ogen open of gesloten hadden maakte niets uit. Alom dwarrelden fijne stofdeeltjes. Hingen ons boven het hoofd. Als een zwaard van Damocles. Één etmaal later werden wij door de bevoegde diensten uit angst en vertwijfeling bevrijd. Niets om ons ongerust over te maken, het was gewoon -Stalinistische slap-stick– een zandbak die vanuit de Sahara naar ons toe was komen aanvliegen. Niets anders dan zand was het geweest, zand uit de Sahara, dat hier op zondagochtend als manna uit de Dieselmotoren-hemel is komen vallen…

Lente was het jaargetijde waarin er veel van die kleine mirakels gebeurden. Soms zegden mama en papa dat Joe en zijn zusje hun jas aan mochten en dat ze voor het slapen gaan nog vlug een ritje met de auto zouden maakten.

Ja, als de Japanse kerselaars in bloei stonden kon het gebeuren dat de kindertjes, zoete als de avond, meemochten naar het naburig bedevaartsoord. Waar ooit Maria had gehangen, moeder aan een eik gespijkerd, aan de rand van het bos, was een barokke kapel gebouwd. Daarrond had zich een mirakel voltrokken: een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van het aantal restaurants. De laan tussen het woud en het bos was afgezoomd met bomen met zachte schors en vol feeërieke dikke rose trossen. En terwijl de kinderen op ontdekkingstocht gingen aan de rand van een woud, zwanger van mysterie, genoten op een van de vele terrassen de ouders van een verfrissend glas Kriek dat perfect kleurde bij de bloesems.

De kerselaars staan niet meer zo mooi in bloei en Kriek kan men het hele jaar door overal drinken. Verwondert het iemand dat tegen het einde van de dag Joe zag hoe de hele lente-mikmak opgeslokt werd door Pacman™, de Nacht?

Five Nuckle Shuffle

maart 25, 2007

 

graveyard-x.jpg

Naar de begrafenis gaan van iemand die je nooit gezien hebt. Het kon een scene geweest zijn uit “Harold and Maude“. In deze film uit 1971 delen een jongeman en een oude vrouw een passie voor begrafenissen. Ze wonen uitvaartplechtigheden bij van volslagen onbekenden. Tussen de twee bloeit iets moois. Vanaf een zekere leeftijd gaat er steeds meer tijd kruipen in het bezoeken van begrafenissen. Men doet dat om elkander een pleziertje te doen. One for the road. & Beetje bij beetje lijkt het leven op “Harold and Maude“. Men kan zich gelukkig prijzen omdat men in InterNep zit. Daar hebben we nooit een hondenweer zoals die dag in de de prille lente van Nul Nul Zeven. Principessa en Country ‘Cow’ Joe reden helemaal naar het andere eind van Stadt™ Ville© City® om daar voor het altaar te verschijnen.

Wees blij dat je op deze miezerige dag digitaal geborgen zit. Evenmin gaat men dood in Saiberspace. Het is er altijd fair. Geen grote onrechtvaardigheid. Hier worden geen lammeren naar de slachtbank gebracht. Iedereen heeft er altijd nog een kans, een extra leven. Sterven is er kinderspel. Men wordt doodgeschoten en staat gewoon weer op. Omdat een zoete stem riep dat het eten klaar was of het favoriete televisieprogramma begon – Een televisieprogramma dat begon, daarvoor werden kinderen toen nog binnen geroepen. Een andere mogelijkheid is: men zegt ik “Ik sta op hoog” en men weet zich daardoor onschendbaar, onaanraakbaar, onkwetsbaar. Of temidden van het spel maakte men een V-teken en zei “Twee”. Hierdoor kreeg je een pauze. De godsvrede, time out. Je kon natuurlijk ook altijd gewoon zeggen “Ik doe niet meer mee.”, of “Twee, twee, twee, we doen niet meer.” In Saaiberspace kan men ten alle tijde uitwijken naar een ander level, een andere avatar kiezen, een nieuwe identiteit op Second Life. Veel verdriet en ellende had kunnen worden vermeden als iedereen van meet af aan ervoor gekozen had virtueel te gaan.

Het zat er aan te komen. Mensen invriezen, cellulaire behandelingen, orgaantransplantaties, machines, omsterfelijkheid zaten er aan te komen. Nog even en de dood raakte uit de mode. In de tussentijd zouden de mensen oudtestamentaire leeftijden bereiken. En Joe had het in de cinema gezien. Bij Matt Helm. Zelfs een rouwperiode was niet meer nodig. Joe had het in de cinema gezien. Een bloedmooie weduwe in een film van Matt Helm, gespeeld door James Dean. Bloedmooi had ze op de begraafplaats staan treuren in de schaduw van de wilgen. Ze had een gigantische donkere bril op, een enorme hippe hoed en er zat zwarte voile rond haar lieftallig hoofdje gedrapeerd. Haar prachtige benen werden geaccentueerd door pumps en mini-jurk. ’s Avonds trof Matt haar in een exclusieve cocktailbar. Hij wist haar te verleiden. De dood dat was iets voor oude mensen. Ja, de dood die zou afgedaan hebben. Het zou zijn zoals met vrijdag visdag. Joe had het ook gezien in “Doctor Zhivago“. Hoe Joeri Zhivago zijn vader overleden was. ’s Nachts werd hij gewekt door een takje dat tikte tegen het raam van zijn hut. Met eigen ogen had Country ‘Cow’ Joe het gezien: toen zijn vaders vader overleden was, was het verdriet weliswaar niet te stelpen, maar de prachtig gestilleerde treurende dames op de doodsbrieven en de machtige kleuren met veel zwart en violet op de doodsbrieven toonden aan dat de dood zijn beste tijd gehad had. Er was nog altijd veel verdriet maar je voelde het aan elke vezel: de dood verloor terrein.

Country ‘Cow’ Joe beet in een broodje, keek Principessa aan en bedacht dat het maar beter was de strijdbijl op te bergen. De zoete oorlog van het minnen. Alle kleine korzelige onhebbelijkheden konden maar beter gestaakt worden. Alles wat ze hebben is elkaar.

Zo had hij het in lang niet te vreten gekregen. Voor één keer dat Joe en Principessa voor een altaar gestaan hadden, konden ze niet zeggen dat het een geslaagde performance was geweest. De priester had Joe bijzonder ontstemd. Zoveel botheid. Joe was al vaker in een kerk geweest, vrijzinnigen konden soms ook lomp zijn, maar zo gortig… Misschien had het er alles mee te maken dat de plechtigheid zich voltrok in een wat minder ontwikkeld gedeelte van Stadt™ Ville© City®. Stoor had een aangeboren talent om oude wonden te laten opengaan. Meer dan 94 stigmata van Padre Pio. Zo een stuk betweter. Onmiddellijk zat hij weer volop in een rechtstreekse reportage uit de hel. De ruimte vulde zich weer met huilen en geschreeuw. In de middenbeuk hing een mistbank. Penetrante geur van brandstapels – zoete geur van vrijheid. Boekverbrandingen…

Na de kerkdienst ging Joe weer fel aan zichzelf twijfelen. Iedereen had stijf van de zenuwen gestaan. Vooral diegenen die iets zouden zeggen of opvoeren. Was hij dan werkelijk de enige, O Heer, die er zo over dacht, dat die kazuifeldrager daar eigenlijk stond te meesmuilen tegen andersdenkenden? Doe maar voort, jongens, dan kunnen we de boel dra sluiten. Uit deze kleine religieuze rondvlaag was gebleken dat alleen de ongelovige gehoord had wat de voorganger werkelijk gezegd had. Elke georganiseerde godsdienst is een belediging voor de individuele spiritualiteit. Truuks om te proberen snappen wat niet te snappen valt. Misschien blijkt aan het eind van ons leven dat al diegenen die ons zogezegd ontvallen zijn, gewoon in een nokvolle kamer hiernaast zitten en is daar al jaren een gigantisch feest aan de gang.

Soms is Joe blij dat hij een mens is. Zijn soortgenoten namen het woord. De een kwam schuifelend naar voren, een ander met slappe benen, nog een ander stapte kordaat op de micro toe, voor nog een ander moest men de microfoon voortdurend op de juiste hoogte zetten. Allemaal spraken zij – elk in hun eigen toonaard – in vurige tongen. Misschien te luid, of te stil, of in tranen verzonken, of door een krop in de keel niet al te best verstaanbaar. Allen waarheidsgetrouw. Er was een koor, en mensen die samen een liedje ingestudeerd hadden. Gisteravond vlug opgezocht op You Tube. Achteraf waren ze alleen zeer verontschuldigend over hun geleverde artistieke prestatie. Zelfkastijding? Who cares? Zij brachten goud, wierook en mirre. Gaven het geheel waardigheid en waarachtigheid.

Achteraf was er koffietafel. Hier kwam het mooiste gebaar van al. De dierbare overledene was een groot liefhebster geweest van kunst, muziek en literatuur. Er lag een stapel boeken, muziekalbums en boeken, boeken, boeken… Alle aanwezigen mochten er naar believen uit nemen wat hun hartje belustte. Op Joe, die slechts de bezitter was van een huis vol boeken, had dit diepe indruk gemaakt.

The Cook, The Thief, His Wife And Her Lover

maart 23, 2007

soundofmusic2.jpg

Lente beloofde fucking hell te worden. Op de eerste dag viel het nieuwe seizoen bij bakken uit de hemel. O.K., de ochtendstond heeft goud in de mond, maar als je met het verkeerde been uit bed gestapt bent, het prille voorjaar meteen een flink koudefront teweeg brengt, je relatie op diepvriesniveau zit, en je diegene die je liefste is toegebrald hebt dat zij getrouwd is met haar job, en je bij aanvang van de maand al flink in het rood staat, en alles en iedereen er weer behoorlijk zinloos uitziet en je overvallen wordt door een dorst waar de zondvloed klein bier tegen is, een tsunami waar geen dam tegen op te werpen valt, dán, dacht Country ‘Cow’ Joe is het tijd om terug te grijpen naar het boek, waar hij groot mee geworden was, het boek dat hem sterk gemaakt had, het boek waar hij met regelmaat troost in had gevonden: het kookboek. Meer bepaald “Ons kookboek”. Die titel draagt het altijd en overal met zich mee, zoals de slak haar huis. Hier moet Joe opbiechten dat hij als verstokte vrijzinnige, atheïst, papenvreter, geregeld een beroep doet op het kookboek van de christelijke landelijke vrouwen. Moest hij dan als vrijzinnige versterving doen? Vasten? Is de hongerigen spijzen de ware christene niet langer een werk van barmhartigheid? Erst kommt das Fressen, dann die Moral. Joe heeft niets tegen katholieken, zeker niet als het vrouwen zijn. Zelfs in zijn donkerste punkdagen heeft hij stiekem soelaas gezocht en gevonden in “Ons kookboek”. Dit standaardwerk ter bestrijding van de honger der wereld, deze gepatenteerde seutenbijbel, is een in vette jus badend culinair equivalent van het Rode Boekje van Mao. Alsof er ergens in de catacomben van Vaticaanstad een Mullah zat te dicteren wat kosher was voor smulpapen! Op dit lijvig werk, op deze Gouden Gids voor Vreetzakken deed Country ‘Cow’ Joe geregeld beroep.

Als een dief moest hij graaien in het tabernakel… “Opkloppen met eieren. De bloem erdoor werken. Kneed het deeg, zodat het goed stevig wordt.” … Joe bewaarde “Ons kookboek” -alsof het een vuil boekske was – diep achter in een kast van zijn hippe kookeiland… “Voeg er nog wat bloem onder. Peper, kaas en zout erdoor werken”… Het was een flow. Vader aan de kook. Het maakte hem gelukkig. Zelfs al zat hij in de puree. “Verdeel het deeg in platte koeken ter grootte van een hamburger. Verhit de olie in een bakpan en bak de koeken aan beide kanten goudbruin.” De totale overgave aan het boek. “In plaats van kaas kan je ook gestoofde fijngehakte uien of versgehakte kruiden toevoegen.”… Men hoeft het niet op te kloppen…Vader aan de kook, dat maakte hem een gelukkig man. Op die donkere namiddag op de eerste dag van de lente in Nul Nul Zeven werd Joe licht in zijn hoofd. Joe genoot met volle teugen. Zoveel huiselijkheid maakte hem helemaal lyrisch.

Toen de tafel vrolijk gedekt was besefte hij dat hij enkele dingen over het hoofd had gezien… Blue was uit babysitten, Belle had gebeld om te zeggen dat het later zou worden, ze moest nog wat rondhangen met haar vrijer in de Stadt™ Ville© City®, Principessa had gemaild dat ze laat zou thuiskomen van kantoor, en dan waren er nog kapers voor de kunst. Nickelodeon. Snoopy moest alweer een spannende aflevering. Om de helaasheid der dingen niet nog meer te laten toenemen besloot Joe water bij zijn wijn te doen. Voor deze ene keer mocht ze eten bij de televisie.

Even later kwam Snoopy de trap af getrippeld. “Papa, ik vind het heel erg dat ik het zeggen moet, maar er zit teveel bloem in. Aardappelburgers met kaas, uien en verse kruiden zijn niet lekker. Zeker niet als er teveel bloem in zit, papa.”

Joe vond het eten overheerlijk. Toch was het slechts met de grootste moeite dat hij elke hap door zijn strot kreeg. Hij zou zich troost inschenken. Un petit café. Na het eten. Geen Senseo™ shit, maar the real stuff. Een percolator. Op de kop getikt in een Noord-Italiaans dorp.

“Ach, ach, ach”, dacht Joe, “Nu het alweer bijna Pasen is, de Goede Week weer voor de deur staat, kan ik zeggen dat die Christus toen hij zijn apostelen en de hele reutemeut voor het laatst mee uit eten vroeg, misschien meer wist en ongetwijfeld betere vrienden rond de dis kon verzamelen. Maar was het daarom gezelliger?” Gelukkig is er het boek. Met een nieuw recept voor de dag van morgen: havervlokkenkroketten. Koken is een eenvoudige vorm van alchemie.

WHEELS

maart 21, 2007

ib_051010_korea-7_b.jpeg

Hij werd gegrepen door de jukebox van de Rattenvanger van Hamelen… Country ‘Cow’ Joe is het niet zo vaak meer tegengekomen: mensen van twee maal zijn lichaamslengte. En nooit eerder had hij er zoveel bij elkaar gezien. Gigantisch en toch nog maar de helft van mama. De grote meisjes op de speelplaats. Waren ze het giraffen? Of reuzen in een stoet? Godganse rijen. Allemaal hetzelfde. Oogstrelend. Ze oefenden voor een schoolfeest. Alles perfect in de maat. Betoverend was hun spel met de balletjes, rode en blauwe. Hypnotiserend was de glans van de balletjes. Plastic bestond nog maar nauwelijks. Er circuleerden wel rubberen balletjes. Raakten rap versleten, verloren hun kleur. Er kwamen barsten in. De fut ging eruit.

Die dag op de speelplaats, stuiterden de balletjes, blauwe en rode. Het coloriet was hard zoals in de film, het beeld breed en smal zoals in de cinema. De balletjes pasten perfect in de handpalmen. Alle meisjes maakten precies op dezelfde tijdstippen dezelfde bewegingen. Alle meisjes droegen wijde rokken en grote strikken in hun haren. Alle meisjes stonden voorover gebogen, klaar voor de wedstrijd, klaar om hun taak op te nemen. Zij zouden opgroeien in de liefde van en zich ten dienste stellen van de Vrijde Democratische Republiek van Stadt™ Ville© City®.

Het wonderlijkst was de muziek. Een instrumental uit 1960: “Wheels” van The String-A-Longs.

Sea Of Love – Cat Power

maart 20, 2007

fur_coat_wbreast.jpg

Het pianoriedeltje mengde zich met het zoemen van de BMW 1800 (bouwjaar 1967) . Country ´Cow´ Joe bevond zich een toestand van hibernatie, het soort slaap dat organismen in staat stelt verre reizen te maken door tijd en ruimte.

Uit de donkere hemel vielen dikke druppels op het glas van de citroengele auto. Joe werd aangezogen door de wijdsheid van het landschap. Weiden en sloten zo tot aan het industrieterrein. Oranje vlammetjes tegen de grijze achtergrond. Opspattend water van auto’s die te snel reden. Joe zijn kijk werd licht vervormd door het water dat uit elkaar getrokken werd tot dunne slierten. Schuine afgaande strepen. Country ‘Cow’ Joe had geen oog voor papa zijn speeltje. Joe zat op de achterbank, tussen regen en aarde, en wou elk geluid uit de Blauwpunkt opvangen. Zeker van dit nummer. Het was toen al een enkele jaren oud, nu veertig. Nul Nul Zeven troubleert alle cijfermateriaal.

Zijn gedachten waren bij Bloemen. Haar naam belichaamde het tijdperk, het epoque haar op het frêle lijfje geschreven. “She’s A Rainbow.” Hoe zij haar haren kamde, een tuil van kleuren, lange gouden draden zoals in “Golden Hair” – gesponnen uit een gedicht van James Joyce, het vijfde uit “Chamber Music” (1907) – gezongen door Syd Barrett. Bij elke noot van “She’s A Rainbow” zag hij een ander beeld van Bloemen. De Stones hadden zoveel betere nummers. “You Can’t Always Get what You Want“. “Jumpin’ Jack Flash“”. “Street Fighting Man. Lady Jane” was pure magie. En “Goodbye Ruby Tuesday“.  Meesterlijk! Hoe deze wildebrassen met regelmaat zoete weemoed wisten in tn te planten in de harten van de wereldwijdse rebellenclub. En hoe elk middenrif vibreerde als die Brian Jones de sitar speelde op “Paint It Black“. En ze hadden nog een boel ruigere nummers. “Brown Sugar” (alleen Joe en enkele ingewijden, de incrowd, wisten waarover het ging) en het wáánzinnige “Honky Tonk Woman“. In het heetst van de zomer hadden Bloemen en hij geslowd op “Angie“. En er was ook “Let´s Spend The Night Together“. Op punt gebracht door Bowie, de man van Angie. Joe zuchte. Alle fraaie foto’s die hij ooit had gezien op de grote glanzende bladzijden van “Avenue” dwarrelden door zijn hoofd. Zou er ooit een kracht kwaadaardig genoeg zijn om deze liefde te vernietigen?

De auto reed over het bruggetje. Wieren in water. Ondanks alle onheilsberichten was alles glashelder. Het zelfreinigend vermogen van water, dacht Joe, hoe sneller het stroom hoe eerder alles weer zuiver is. Zo is het ook met de gedachten. Hoe sneller die vloeien, hoe eerder de geest zich bevrijdt van al het onaangename.

De radio vervolgde: ” It was the third of September. That day I’ll always remember, yes I will.” Van dit soort muziek hield vader niet, maar een kind moet getroost worden , zeker op de eerste schooldag.

De auto stopte. Op deze maandag van september 1973 werd Joe gebracht. Je door je vader naar school laten brengen was het toppunt van uncool. Dat hadden zelfs Lou Reed zijn ouders nooit gedaan. Hij gooide het portier dicht, en in zijn legerjasje met Mao-kraag stapte Joe met flinke pas, op zijn nieuwe canvas desert boots, door de poort. Klaar voor de lange mars.

Echo Park

maart 19, 2007

116307438_9f3c3d19b6.jpg

Eeuwig ruisen de auto´s… De Chevrolet 1959 stond geparkeerd onder pijnbomen, op een zandweg. Of was het fijn stof? Allen stapten in. De vier vrolijke vrienden lieten de Zwarte Heuvels van Stadt™Ville©City® achter zich. Onverrichterzake vatten ze de terugweg aan. Ze reden door gebieden van afwisselend duister en helblauwe hemel – als luchtbellen. De seizoenen lagen overhoop, en nu ook al sinds een tijd de dagen. Het werd lente. De vrieskoude deed zijn intrede. De rit ging langs eindeloze heide. Berkenbomen. Schrale landschappen. Kalkachtige landschappen. Zure onvruchtbare heidegrond. Overal in de lucht hing fijn stof (bekend van stoflongen, borstkankers en TV). Door de luwte van de voorbije dagen kon het nergens heen. In sommige wijken was het nog bijzonder onrustig. De avondklok was nog van kracht. Naargelang de luwte aanhield en het stof geen uitweg vond, nergens heen kon, was de onrust toegenomen. Honderden arrestaties werden verricht. Aanhoudingen voor het beledigen van agenten en vernieling. Windstilte is nooit een goed voorteken. Cameratorens werden geplaatst. Hoger dan een lantaarnpaal. Onmogelijk erin te klimmen. Bovenop zijn camera´s bevestigd. En schijnwerpers. Infrarood nachtkijkers maakt De Nachtwacht overbodig. Bloedhonden zijn niet noodzakelijk. Iedereen wordt dag en nacht in de gaten gehouden.Niemand kon zeggen wat er zat aan te komen: verzanding of overstroming.

Licht en donker kwamen in golven. Of was het fijn stof? Het hele gebeuren speelde zich af buiten de tijd. Rellen zijn uit gebleven. De media zijn van een kale kermis thuis gekomen. Onmiddellijk na de bevrijding werden honderden “asocialen” van hun bed gelicht en onder gewapende escorte gedeporteerd naar gezinsoorden in de oostelijke gebieden. Asocialen die in materieel, geestelijk en zedelijk opzicht moesten worden heropgevoed. In de kampen moest er gewerkt worden. De gezinnen moesten leren omgaan met geld, zich klaar maken voor de vrije markt, gezinsverhoudingen, scholing van kinderen en sport en spel. Alleen in gezinnen waar orde, tucht en regelmaat heersten, zouden kinderen kunnen opgroeien tot volwaardige burgers. De kampbewoners werden nauwlettend in de gaten gehouden, ze hadden weinig vrijheid en mochten nauwelijks eigen beslissingen nemen. Tegenwoordig worden ‘woondelinquenten’ opgeborgen in aso-containers, buiten de stad.

Opgelucht haalt men weer adem. Een goede wind heeft de fijne deeltjes eindelijk meegenomen.De politie heeft tientallen mensen gearresteerd. Met hekken op de toegangswegen werden wijken afgesloten. Zonder legitimatiebewijs kwam niemand erin.

De lente van Nul Nul Zeven. Alom dwarrelden fijne stofdeeltjes als stuifmeel door het zwerk van Stadt™ Ville© City®. Vrachtwagens, asocialen, dieselmotoren. Roetfilters. Maximumsnelheid van 90 km. Het herinnerde aan de autoloze zondagen ten tijde van de oliecrisis in 1973. Plots leek het zwarte goud veranderd in gitzwarte blubber. Traag en dik vloeide de olie, duurbetaald. Wetenschappers voorspelden een snelle uitputting van de fossiele brandtsoffen. De olieproducerende landen wachtten op een gelegenheid om die schaarste te verzilveren. De wereld was dronken van koorts. Op 11 september 1973 vond er een bloedige staatsgreep plaats in Chili. In oktober 1973 brak de Jom Kippoeroorlog uit tussen Israël en Egypte en Syrië. De eerste autoloze zondagen dateren van vlak na de Suezcrisis in 1956. Misschien dateert de eerste oliecrisis van 1871 toen in het belegerde, uitgehongerde en uitgemoorde Parijs, in een laatste stuiptrekking petroleuses door de stad trokken om alles wat ze konden neer te branden. Vandaag werden snelheidsduivels aan een razend tempo geflitst. Bij een politiepost was het flitsapparaat ontploft is. Of was er sabotage in het spel?

Country ‘Cow’ Joe was blij dat er een einde kwam aan de rit. Principessa, Belle, Blue en Snoopy wachtten. Een gezin waar orde, tucht en regelmaat heerste. De uitlaatgassen uit de wagens vormden tekstballonnen die opstegen om hoog in de lucht feeërieke wolkenformaties te vormen. Later werd al het fijne stof door de wind nog beter over de aarde uitgestrooid. En de auto zag dat het goed was. Het dashboard neuriede zacht een hit van Kansas: “All we are is dust in the wind“.

Sixteen Tons

maart 16, 2007

20060913233211_coalmine1.jpg

Was het iets dat nederdaalde uit de de hemel? Klappertanden. Vurige tongen. Sint-Vithusdans. Stroomstooten sidderden door de hip cats. De vier vrolijke vrienden zweetten de muziek uit, in beken. Babylon was hun vaderland! Honderduizend mieren kroelden onder hun jekkers. Door niets anders werden zij voortgestuwd en meegesleurd dan door ritmes. De zanger ging voor, op de voet gevolgd door pokkeherrie… “Get it on. Get it on.” Slechts met de grootste moeite konden ze het openingsnummer van het Grinderman uit hun hoofd zetten. Het album had geen titel. Hoe gaat dat? Op een maandagochtend hadden ze een meeting belegd. Kunstenaars en vertegenwoordigers van de muziekindustrie, allen lieten zich vertegenwoordigen door avocaten, heren in driedelig pak. Zo kon het niet verder. De groep moest het over een andere boeg gooien. Een nieuw concept werd uit de grond gestampt. Elke muzikant zou een ander instrument bespelen. Er moest teruggegaan worden naar de hardheid en rauwheid van de begindagen. Terug naar de basis. Rock and roll! Iedereen was het er over eens. Het resultaat was verbluffend. Kort, snedig en bondig. De eerste cijfers zijn bemoedigend. En toch…

De consumptie zat in een stroomversnelling. De last werd loodzwaar. Stapels ongelezen boeken. Lange lijsten films die men niet gezien kreeg, en stapels CD’s die men niet meer beluisterd kreeg, dvd’s die men niet bekeken kreeg. Ondraaglijk gewicht. Het was niet meer mogelijk zich aan iets te hechten. Volgende week zijn het weer andere spullen die voorbijsnelllen, opgetild worden door een twister en door het luchtruimt dwarrelen…

De vier vrolijke vrienden liepen verder, trokken dieper het mijngebied in. Stadt™ Ville© City® gedraagt zich onopvallend onder de andere landen. Het zet uit, als het heelal. Of het krimpt, als gas, mijngas.

De tekening uit “Kuifje in Tibet”. Uren had Country ‘Cow’ Joe ernaar gekeken. Het was de grootste prent die Joe totdantoe had gezien. Als een prentje bij de chocoladerepen, even groot als een pagina in de krant. Hoe moest hij dat nu weten? In die tijd las hij nog geen kranten. Misschien was de prent niet veel kleiner dan het witte doek in de cinema? Hij kon toen nog niet meten en vergelijken. Het beeld zat gebeiteld, gestanst in dat kinderkopke van hem. Een van de eerste bladzijden uit zijn geschiedenis. Bibliofiele uitgave, lettertjes met de hand gezet. Kostprijs: €99. Als hij ziek was wou hij nooit in zijn bed liggen. Drie keukenstoelen werden tegen elkaar geschoven: zijn bed. Het was 1962, en voorjaar 1963, de tijd toen hij nog niet kon lezen. Uren las mama hem voor. Strips.

People dont’you understand the child needs a helping hand… Door de straten, de wijken, de cité, het ghetto, langs de barakken, waarin de Polen hadden gezeten, eerst als dwangarbeiders, daarna als gastarbeiders… In een vuile, vieze hoek van Stadt™ Ville© City® (Lost in InterNep). Neen, niet de hele tijd was Country ‘Cow’ Joe de Lone Raider. Steeds meer injecties en inplantaten had het gebied nodig. Alles was in handen van de Compagnie geweest. De huizen van de architecten, de ingenieurs, de middenkaders, het werkvolk, de loggementen voor klaplopers. Zij legden de straten aan, zorgden voor het ziekenhuis. Plantten winkels in. Hier is alles te koop. Per Amerikaans opbod. You load sixteen tons, and what do you get? Another day older and deeper in debt. Saint Peter, don’t you call me, cause I can’t; I owe my soul to the company store… Chicago en Texas waren traditioneel criminogeen gebied in Stadt™ Ville© City®In de straten hing fijn stof. De wind speelde met het fijne stof. Een zandstorm. Patronen ontstonden, zoals op het strand, of in de woestijn. Het stof vormde letters, woorden, zinnen. Op de muren verschenen slogans, op bushaltes, op reclamepanelen, of zomaar freeweelend in het zwerk. Alom verschenen flarden tekst : “Neen, aan de huizenjacht. Jaarlijks gaat het alleen al in Stadt™ Ville© City® om 65.000 huizen. Slachtoffers.”

De volgende zinnen hingen in de bomen: “Het hele jaar is de jacht op huizen open. Als het zo verder gaat zijn er straks geen huizen meer. Wie redt de huizen?”

Gekleurd zand – of fijn stof? Wie zal het zeggen? – vormde losse wervelden zinnen in het zwerk: “Vrouwen willen trouwen, mannen maken plannen. Niets werkt verslavender dan huizen kopen. Strak schema volgen: trouwen, kopen, scheiden.”

Nieuwe boodschappen bedekten de reclame op een autobus: “Huizen zijn een kostbaar goed geworden. Fel begeerd, het verlangen stijgt, het aanbod daalt, de prijs neemt toe. Vandaag kost een huis een halve straat.”

Dit aforisme verscheen op geparkeerde auto’s: “Opgebouwd uit baksteen staat het huis soms alleen of met anderen om zich heen. In lange rijen naast elkaar staan, als linten, als slingerslangs de kant van de weg.”

Steeds meer teksten overwoekerden dit deel van Stadt™; Ville© City®.

 

Lente

maart 14, 2007

<Plankgas!>

fruehling.jpg