Archive for oktober, 2006

Bad Moon Rising

oktober 26, 2006

Het is avond en men warmt zich aan beeldschermen en er is eindelijk genoeg schaduw opdat ik mij van de ene plek naar de andere kan bewegen. Tarzan aan zijn lianen. Als kind sprong ik van de ene steen op de andere en zo de hele de rivier over. Ik neem de trein naar een stad. Het marktplein glimt er van fijne regen. Toortslicht doet de straten kronkelen. “Monk” (niet de muzikant, niet het boek) is een van mijn favoriete drenkplaatsen na zonsondergang. Het etablissement roept herinneringen op aan de balzaal in ‘The Shining’. Door de rook komt een man op mij toe. Hij lacht. Ik weet niet waarom. Wie is die gast? Ik heb een absoluut onvermogen gezichten te herkennen, te lezen. Ik ben een sociaal analfabeet. Met de beste wil van de wereld, ik herken de ander niet. Le régard glijdt van mij af. Als water van een eend. Een zwaan. Zal zij Leda heten? Alles verandert. Niets blijft bij het oude. Ik herken geen gezichten. In het nokvolle café ben ik de enige die een flard Grace Jones hoort: ‘Strange I’ve seen that face before’. Ik voel in mijn jaszak. Hoog tijd dat ik mij iets laat inplanten. Een oor laten aannaaien gaat toch ook. De herkenningstechnologie maakt gebruik van het eigenface algoritme. Slechts een paar kenmerken zijn herkenbaar en makkelijk te verwoorden. De symmetrie van het gelaat. Baard, bril, hoofddoek. Al de rest wordt ervaren als vreemd. Data waar onze gedachten niet goed weten wat ermee te doen. Eigenfaces zijn robotfotos. Van het astraal lichaam? Orgones? Maak zelf je eigenfaces – Neem een stapel gedigitaliseerde fotos van gezichten. Allen onder dezelfde lichtsomstandigheden – als kippen in de legbatterij- genomen. Laat ogen over ogen vallen, en ook de monden elkaar bedekken. Breng daarna elke kiekje op dezelfde grootte. Resample alle prentjes naar 1 uniforme afmeting (bv. X=150 op Y=200 pixels ). Bijvoorbeeld m×n. Behandel als mn-dimensionale vectoren waarvan de componenten de waarden van hun respectievelijke pixels zijn. Het procedé is volkomen betrouwbaar. “Eigen” komt uit het Duits. Het heeft dezelfde betekenis als in het Nederlands. Meet vervolgens de waarden van de pixels op elke plaats en stop die in een database -duiveltje in een kistje. Je bekomt een vectorruimte [XY]4- Hieruit moeten de eigen vectoren geëxtraheerd worden. Omdat het extract, de vectoren, ook binnen dezelfde pixeldimensies vallen, kan je die ook gaan voorstellen -abracadabra – als prentjes met -schrik niet (ook de zon is een kleurloze bol) – grijswaarden. Tromgeroffel. Men houdt de adem in. Eigenfaces verschijnen : Eigenfaces” />

Kom achteraf niet klagen. Men kan niet zeggen dat het resultaat er mag zijn. Dit soort tronies oogt niet apetijtelijk. De neiging bekruipt een mens om zich ergens in een verloren hoekje van cyberspace te masturberen. Vroeger in het dorp wendden zwangere vrouwen de blikken af van de afzichtelijken, mismaakten en misvormden. Toch waren het geen ongelukkigen. Het waren eigenfaces. Zoals de lijkwade van Turijn. Nu -al in de maneschijn – weer op weg naar huis – zijn alle hoofden eigenfaces.

Advertenties

Rain & Tears (zeer vrij naar Demis Roussos)

oktober 24, 2006

Ik ben een zwart gat in de nacht. Zodra de zon ondergaat zet ik alle verhalen die overdag komen aanwaaien zijn naar mijn hand. Ik geef ze alle kleuren van de nacht. Hoe donkerder het wordt hoe meer de mensen mij bestoken met hun verhalen. Vandaag mailde iemand dat ook zij genoten heeft van ‘The Endless Sunshine of the Spotless Mind’. Duizend verhalen raakten dit etmaal opgestapeld in mijn hoofd, zoals de bladeren in mijn tuin.  Jouw verhaal, Sheherazade, steel ik.

Één van haar beste vrienden had een hersenontsteking. Hij belandde in coma. De pijn was ondraaglijk. De ochtend voor zijn opname herkende hij vrouw noch kind. In de stad stond het stel geboekstaafd als bijzonder liefdevolle en uitermate gepassioneerd – een ernstig geval van fictie, dus.

Niemand was er gerust in. De echtgenote bleef al die tijd zeggen dat ze alles zou aankunnen behalve dat haar man zou doodgaan. De dokters gaven hem 33,33% kans op genezing, 33,33% op sterven en 33,33% op ontwaken met volledige uitwissing van zijn geheugen, amnesia universalis of anterograde amnesie.

En dus nog 0,01 % kans op iets anders. Waarop? Ik penetreer in jouw verhaal. Ik ben een indringer. Een dief in de nacht. Verdwijn met de noorderzon. Cyberspace is mijn luisterend oor – universeel afluistersysteem. Ik wil slechts een straatmuzikant zijn, langs de information highway. De passant charmeren met mijn vioolspel. Het gebrom en gezoem van het nooit aflatende verkeer probeer ik te overstemmen. 

66,66% kans dat alles goed kwam, redeneerde de vrouw, onverwoestbaar optimistisch. Ze twijfelde er geen seconde aan dat hij erdoor zou komen. Alles was beter dan Optie 2. In geval drie kon ze er voor zorgen dat hij haar van voren af aan opnieuw leerde kennen en helemaal opnieuw verliefd werd op haar. Alle stappen van verliefdheid opnieuw beleven leek haar fantastisch. De liefde in een eeuwige loop geplaatst.

Now in the Summer. I could be happy or in distress.’ Vanwaar duikt die muziek plots op zo midden in de nacht? Ben ik de enige die dit hoort? Het zijn flarden van een zomerhit. PIL, ‘The Flowers of romance’. 1980, denk ik, terwijl het laatste zinnetje wegsterft. ‘I’ll take the furniture and start all over again.’

Het is de wind, mijn kind.

“Ik vergeet nooit hoe ze dat verwoordde tegen ons. Diegene die diende opgepept te worden pepte ons op. De man was, een beetje gelijk gij, een beest van een vent.”

Vanwaar komt die stem?

“Na een week werd hij wakker. Zijn geheugen en al de rest was volledig intact. Was het levenslust, angst of dankbaarheid? Na dit vreemde en wrede intermezzo heeft hij zijn aantal nakomelingen drastisch opgevoerd….van 1 … naar 6 -“

Kijk naar buiten. Wat kleeft er aan het raam? Een kwakje visuele poëzie? De letters druipen naar beneden. Zoals in “Il pleut” van Apollinaire? Een gedicht uit 1914.

Niets smerigs, niets belachelijks. Het zijn geen regendruppels.

 

I See a Red Door and I Want It Painted Black

oktober 24, 2006

Tussen slapen en waken word ik vaak bezocht door teksten. Het voorbije jaar had ik dat met “Zwerm” van Peter Verhelst, en na het zien van “Excavations”, adembenemd theaterwerk van Marijs Boulogne.

De laatste weken lees ik veel poëzie. Dat wil zeggen dat ik enkele gedichten lees en herlees en herlees. Ik ben een van die mensen die bitter weinig poëzie kennen. Ik wil gewoon elke syllabe in mijn brein stansen. Enkele gedichten van Rimbaud, enkele van Baudelaire. Pound en Rilke staan ook op het verlanglijstje, worden wegens overweldigend succes, eerdaags teruggeroepen voor een bisnummer in de grote leegte in mijn schedel.

En dan nu Claus. Het is moeilijk om er onbevangen naar te kijken, zonder te vervallen in de idiote idolatrie die hem te lande al sedert mensenheugenis te beurt valt. Met als potsierlijk hoogtepunt de jaarlijkse tragi-comedie waarin ons nationale monument nu al voor de zoveelste keer op rij op een haar na de Nobelprijs mist. Significante ruis van minukele naties. En toch, toen meneer en mevrouw Claus op de avond van de voorbije gemeenteraadsverkiezingen op de Grote Markt in Antwerpen dronken van geluk uiting gaven aan hun tevredenheid omdat nu eindelijk het kwaad bezworen lijkt -Of is het blijdschap om een dooie mus? – dat behoort tot de mooiste beelden uit mijn televisiearchief.

Vannacht was het weer prijs. Ik werd lastig gevallen door een gedicht. Ik kon de slaap niet vatten. Deze keer was “Broer” de boosdoener. Niet zozeer omdat het een fantastisch gedicht is. Maar omdat ik die man weer voor me zag. Guido Claus. Sporadisch liep ik hem tegen het lijf. Tijdens literaire manifestaties. Het muzikaal straattheater-duo Twee Wezen. Corpulentie in gestreept matrozenpak gewrongen.

Alsof ik een bijensteek had gekregen, recht in mijn hart en daar allergisch op reageerde.

Ik bladerde verder door de bundels… Herman de Coninck, Sus Verleyen, etc. De doden stapelen zich op. De galerij van dodenmaskers is impressionant. Ik denk dat ik straks Bob Dylan ‘Not Dark Yet’ draai…

De voorbije zomer stond ik oog in oog met het gedicht “De kastelein van de Hotsy Totsy” Het begint met “Achter de gevel hier” –de stenen muur smeulde nog, ik vermoede de sfeer van grootse dagen – en eindigt met “hier om de hoek” – Het leven in een notendop.

“Broer” is zo een gedicht waarbij een bijsluiter hoort. Verboden te lezen voor het slapen gaan.

Eine kleine Nachtmusik

oktober 23, 2006

Enkele nachten geleden zat ik in de grote lege kamer.

Achter het huisbrede raam lag een noctuarium gevuld met alle denkbare soorten duister – Zoals de woestijn ontelbare variëteiten zand heeft, heuvels oneindig rijk aan groen zijn en de Inuit minstens vijftig woorden hebben voor “sneeuw”.

Bewogen de bomen en struiken of flikkerde het licht? (Het vergt nog jaren observatie.)

In het park onthulde een verloren lantaarnpaal spaarzaam de silhouetten van bomen, struiken en flats. Hier en daar, en op verschillende verdiepingen, maakten kleurrijke stralenbundels spastische bewegingen. Verder bestond het doek, van vier meter op twee, voornamelijk uit zwarte opaal.

In mijn zeepbel van licht keek ik film op de laptop: ‘The Eternal Sunshine of the Spotless Mind’. Het is een romantische film met veel existentiële twijfel over de echtheid van de realiteit. Bij momenten is de sfeer even beklemmend als David Lynch’s ‘Lost Highway. Voorts buigt men er zich over de vraag hoe betrouwbaar het geheugen is.

Terwijl ik keek dansten stofdeeltjes in mijn lichtbel. Een warmte zette alles in beweging. Zoals de magische lamp bij ons thuis. Als de olie verwarmd raakte wierp de kleine vuurtoren afwisselend rode en witte lichtstralen over het meubilair. Rondom mij dwarrelden bioscoopprentjes: ‘Being John Malcovich’- ‘The Matrix’- ‘The Truman Show’-‘Memento’.

Alles draaide.  Sneller, en sneller, en sneller.

dinsdag 24 oktober 2006