Archive for juli, 2014

500.000 hits!

juli 9, 2014

Kort & James Bondig

Advertenties

“Elvis & ik” (4/4)

juli 6, 2014

Vaders_en_zonen_52b0661caa610Ik overlees mijn arbeid van de dag:

‘Behalve over Fukushima, W.O. II, de kruistochten, collaboratie, amnestie (fiscaal of politiek), Congo, W.O. I, Zwartberg ’66, Julien Lahaut, het arbeidsethos, het neoliberalisme, het ecologische rampscenario waarin wij ons nu bevinden, de 812.064 lobbyisten, de nieuwe coupe van Koningin Paola, de laatste crisis van Bart De Wever, de maagring van de Zangeres Zonder Stem, het cordon sanitair en het geweld in het aardappelveld in Wetteren in de maanden voor de geprivatiseerde trein afgeladen vol gif kantelde, doping in de duivensport, misbruik in de kerk, discriminatie in het onderwijs, in de huisvesting en op de werkvloer, de drastische arbeidsduurvermindering (met loonbehoud), de mot in de mythe, de verschrompeling van het heelal, de verzuring van mens en milieu, en de noodzaak aan een krimpeconomie, de Bende van Nijvel, het beaat Vlaanderen-geblaat, de armoede van kunstenaars, het bruto nationaal product van al onze fiscale fraudeurs samen, de sans-papiers van Monaco, de groeiende ongelijkheid tussen haves and haves not, de dreigende oorlog tussen arm en rijk, in de metro en op straat, de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de miraculeuze krachten van Onze Moeder de Heilige Zeug, de onnozelheid van onze media en over het Groot Zirkus van Kerk & Staat, kan men hier – op voorwaarde dat het doordacht gebeurt & met respect voor elkaar – over zowat alles schrijven.’

Soms heb je de hele dag zitten zwoegen op één zin en is er ondertussen in de wereld weer van alles gebeurd.

Ik weet niet of we ’n verschrikkelijke winter krijgen. Bladeren dwarrelen, bladen sneuvelen. Literaire bladen verdwijnen. Literaire bladen verdwijnen uit de bibliotheken, en daarmee is alle hoop op een voortbestaan zo goed als weg. Literaire bladen verdwijnen uit de boekhandel, bibliotheken verdwijnen, boekhandels verdwijnen uit ons leven. Fuseren, elimineren. Uitgeverijen gaan op de fles, schrijvers aan de fles.

Wijze lessen heb ik uit dit alles getrokken. Ik schrijf nog alleen voor De Streekkrant. Die beschouw ik als de belangrijkste literaire bron van deze tijd. Dit wordt bij duizenden gelezen, de kans dat De Streekkrant verdwijnt, is klein. Sinds januari 2013 schrijf ik wekelijks een column. Ik schrijf over filosofen, over voetbal, fietsen, wandelen, straten, pleinen… De stad, dit ballingsoord, waar ik nu ondertussen al 33 jaar gevangenzit, door gehypnotiseerd word, is een onuitputtelijke inspiratiebron.

 

Doorgaans vinden schrijvers maatschappelijk engagement in hun tekst niet wenselijk. Zij ageren enkel, en dan nog alleen in het leven naast hun teksten, als er aan hun eigen sociaaleconomische situatie geraakt wordt. Betrek hen liever niet bij sociale actie. Het enige wat ze willen is hun smoel in de krant.

Wat we nodig hebben is 50 manieren om nihilisme te omschrijven. Het scheppend nihilisme van W.F. Hermans. Boons zoektocht langs anarchisme en communisme brengen hem er uiteindelijk toe het sublieme Zomer te Ter-Muren te schrijven..Het is een handboek voor het nihilisme. Het gaat over de geboorte van de nieuwe mens: Nietzsches Übermensch. De negentiende-eeuwse nihilisten waren de voorbode van een grote maatschappelijke verandering. Of een poging daartoe. ‘Nihilisme’, lazen Elvis & Ik, in een obscuur boekje, ‘[K5] was een Russische politieke beweging van rond 1860.(Mijn voorstel: ) ”Nihilisme”, lazen Elvis & ik, in een obscuur boekje, “was een Russische politieke beweging van rond 1860.” De term dook voor het eerst op in Vaders en Zonen (The Russian Messenger,1862) van Iwan S. Toergenjew. De roman handelt over de groeiende culturele kloof tussen de Liberalen van 1830-1840 en het Nihilisme. Zowel de nihilisten (de ‘zonen’) als de liberalen (de ‘vaders’) wilden sociale veranderingen in Rusland:

‘Een nihilist, dat is iemand die niet buigt voor autoriteiten, iemand die geen principe zomaar op goed geloof aanneemt, hoe goed en eerbiedwaardig het ook moge zijn…’

(Kortom: punkers, gasten zoals wij; die hun ouders veel verdriet aandeden.)

 

Op 23 november verscheen Tussen Leuven en Parijs (Les Editions De Paris, 2013). De bundeling van mijn columns, aangevuld met publicaties die verschenen in literaire tijdschriften.

Net zoals Andy Fierens en Michaël Brijs, net zoals Roderik Six, en net zoals Elvis Peeters, meen ik dat men met de realiteit een loopje mag nemen, men mag ze zelfs ombuigen tot een multi-interpreteerbaar kunstwerk – reality is just an imagination caused by a lack of alcohol.

Ik kan me terugvinden in Eugène Guillevic.

Nog meer dan met mijn eigen leven, en mijn werk, engageer ik me met het product dat ik aan de man of aan de vrouw probeer te brengen.

Omstandigheden hebben mij daartoe gedwongen.

 

Didi de Paris

“Elvis & ik” (3/4)

juli 5, 2014

naughty daisyVloed vermeldt op p. 217 een zwart-geel-gestreept verkeerslicht. Dit is de enige aanwijzing dat we ons eventueel in Vlaanderen zouden bevinden. In Astronaut van Oranje (De Bezige Bij, 2013) van Andy Fierens en Michaël Brijs stikt het van de verwijzingen naar Vlaanderen.

Niemand kan zeggen hoe ver een geheugen reikt. Doorgaans bedoelt men met “Vlaamse Primitieven” niet de oorspronkelijke begeleidingsband van Kamagurka, wel de schilders die in de 15e eeuw en in het begin van de 16e actief waren in Brugge en Gent, het economisch hart van hun tijd… Zoek er geen communautair gekissebis achter, in deze politiek correcte tijden zou de term geen schijn van kans maken, maar sinds in 1902 in Brugge een grote overzichtstentoonstelling gehouden werd onder de noemer ‘Exposition des Primitifs Flamands’, zijn –als Wikipedia mij niet bedriegt – de “Vlaamse Primitieven” quasi onuitroeibaar.

De Vlaamse Primitieven is de benaming van een groep kunstschilders uit de lage landen van de 15e en begin 16e eeuw, voornamelijk werkzaam rond de bloeiende steden Brugge en Gent. De term werd vertaald uit het Frans en raakte ingeburgerd door het succes van de zogenaamde ‘Exposition des Primitifs Flamands’, een grote overzichtstentoonstelling gehouden in Brugge in 1902. Dit bracht de schilderkunst uit de lage landen van de 15e-eeuw blijvend onder de aandacht. Op de Bijbelse taferelen aarzelden de Vlaamse Primitieven niet hun wereldse opdrachtgevers en mecenassen af te beelden. Vandaag zou men zeggen: sponsors, logo’s, branding marketing… En andere dure termen. Men kan niet ontkennen dat de Vlaamse Primitieven terug zijn. Het zal je maar overkomen. Je bent al jaren goed bezig en dan zijn daar plots enkele jonge honden die roet in het eten komen gooien, een steen in de kikkerpoel werpen, kwispelend door het kegelspel lopen. De Wondere Wereld der Contemporaine Bellettrie wordt opgeschikt door de Hunnen, de ijsberg die de Titanic ramt: Andy Fierens en Michaël Brijs.

Men is boos, verdrietig en kwaad. Het slechtste sinds Hebban olla vogala. Er zijn grenzen aan het fictionaliseerbare. Ondanks onze Gouden Eeuw van de realityshows worden de grenzen van het fictionaliseerbare bevraagd. Hoe ver kan men gaan? Al na één aflevering stopt VTM de uitzending van de prestigieuze fictiereeks ‘Ontspoord’, gebaseerd op recente misdaaddossiers. De reacties zijn even fel als afwijzend. Even heftig als op de politieke-fictiereeks ‘Albert’. Zo is ook de ontvangst van dit boekje van Andy Fierens en Michaël Brijs. De gemiddelde Flaam wil er niet van weten, de honden lusten er geen brood van. Het is een baldadig omgaan met heden, verleden en toekomst van de morzel grond waarop wij toevallig geboren zijn. Ondertussen tekenen zich in het Vlaamse landschap

“Elvis & ik” (2/4)

juli 4, 2014

a-clockwork-orange-004

Najaar 2013. Er is een horrorwinter op komst. Volgens computerprogramma’s, van hetzelfde type als deze voor onze banken die speculeren op de beurzen, zal het in december naar het schijnt bijna alle dagen sneeuwen. In januari krijgen we mogelijk min 25°C – niemand wordt nog naar Siberië gestuurd. Weersvoorspellers verwachten in de Lage Landen een horrorwinter die begint op de eerste dagen van december en drie maanden lang zal duren. Men waarschuwt voor een ‘winter des doods’. In Game of Thrones hoort men het ook: ‘Winter is coming.’

Het regent. It rains. In my heart. Beats of lo-lo-love. Op de televisie zie ik beelden van de tornado op de Filipijnen. Ik ben ertegen gewapend, ik ben verzonken in Vloed, een boek waarin het nog harder regent. Het blijft regenen. Feller dan in een film noir, harder en troostelozer dan in Louis Paul Boons Zomer te Ter-Muren (De Arbeiderspers, 1956). Het water striemt en geselt de personages genadeloos. De zondvloed van Noach, en die van Brouwers (De Arbeiderspers, 1988), is er klein bier tegen.

Zondvloedverhalen komen voor in alle culturen, in alle tijden. In de ene stad duikt “De Zondvloed”  op als de naam van een kroeg, in een andere de naam van een boekhandel. En in nog een andere is het de naam van een roman in de vitrine van een boekhandel. In Genesis, het eerste boek van de roman fleuve, die bekendheid zou genieten als De Bijbel, lezen we hoe God -nauwelijks had hij de wereld geschapen-  zag dat het eigenlijk allemaal een ongelofelijke klotenboel was en Noach opdracht gaf een ark te bouwen. En de rest van de aardbol –alles geurde nog naar het nieuwe- trakteerde Hij op een gigantische golden shower.

Het eerste boek van het Oude Testament begint met de Zondvloed  en de Ark van Noach. Six’ personage Michaël verwijst naar de aartsengel. Aartsengelen treft men in alle drie de monotheïstische wereldgodsdiensten. Engelen van dit soort pluimage  heten Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël. “Aartsengel” komt aan dwarrelen uit het Grieks. “Archángelos” betekent –als Wikipedia mij niet bedriegt – “opperboodschapper”…

Meteen valt op dat Vloed, en waarschijnlijk ook alle boeken die gerekend worden tot de Bijbel, geschreven zijn in een puur Leuvense context: Torres, dat is Camilo Torres, een bekende Leuvense studentenhome. Trekt men in de roman naar de nabijgelegen faculteitsbar van de medici, dan is dit in het echte leven de Doc’s Bar in de Brusselsestraat. En als bladzijden verderop de stad, of wat er nog van overblijft, overwoekerd wordt door planten die brandwondjes achterlaten, dan zou dat bereklauw kunnen zijn. Bereklauw is ook de naam van de legendarische drop-out community niet ver van Torres. Het zijn de outsiders die overleven. Zoals steeds meer in de literatuur. In de controlemaatschappij is de outsider de held.

Six schrijft heel Amerikaans. Meteen duiken namen op als Bret Easton Ellis en Cormac McCarthy. Het verwondert niemand dat hij uitpakt met Pynchon. Zelf refereert hij aan Paul Mennes. Die wordt geassocieerd met Douglas Coupland en met Bret Easton Ellis. De roman baadt in koortsige sferen zoals The Diary of Albion Moonlight van Kenneth Patchen en de film Stalker van Tarkovski. De roman zit vol seks. Als E.H.B.O., als pijnstiller.  Bij elke seksscène hoor je Peaches: ‘Fuck the Pain Away’. Uit Ik, Jan Cremer (De Bezige Bij, 1964) herinner ik mij dat Japanse soldaten opdracht kregen in gevangenschap zoveel mogelijk te masturberen. De beste manier  om pijn te verbijten.

Eskimo’s hebben 50 woorden voor sneeuw. Roderik Six heeft minstens evenveel manieren om de regen te omschrijven. Het enige echte personage in zijn boek. Het regent er nog meer dan in Louis Paul Boons Zomer te Ter-Muren (De Arbeiderspers, 1956). Jozef Versou, Vlaanderens enige stalinistische schrijver, verweet Boon gebrek aan radicaliteit.

 

“Elvis & ik” 1/4

juli 3, 2014

Screenshot 2014-06-02 14.11.23

1

Blijkbaar heeft de komeet de passage langs de zon overleefd. De zon vond vandaag de moed niet om op te staan. Winter hangt in de lucht.

Ik denk aan de dagen met Elvis.

Elvis & ik hingen rond. Overal waar er lawaai en heibel was.

Het deed onze ouders veel verdriet.

Elvis & ik, wij droomden van grootse ontsnappingen, uit helse oorden, zoals Steenokkerzeel en Verbrande Brug.

Ik was de eerste om alle bruggen achter mij te verbranden, en vond asiel in Leuven, het stadje waar Stella door de Dijle stroomt.

Zes maanden zou ik blijven. Londen, Parijs, Berlijn lonkten. Ik bleef steken… In de naar Stella stinkende Boerenbondnegorij.

Lang niets gehoord van Elvis. Punk, new wave… Krakers, anarchisten, autonomen… Rockband, theater… Voor hij er erg in had was hij verslaafd, onherroepelijk verslaafd, aan schrijven. Boekje hier, boekje daar. Een voorbeeld ben ik nooit geweest. Ik –de brasser van het alfabet – was ermee begonnen. Gekmakende boekjes, met losgeslagen zinnen, wild & kapot… Elvis volgde langzaam: zwanen sierlijk op het water. Flinterdunne boekjes, puntgave zinnetjes. Verstilde kristallen figuurtjes, op een zwarte spiegel. Glas geblazen in een waaier van kleuren, sierlijk…

‘Mijn wraak zal zoet zijn’ is de slotzin van ‘Suiker’. Het afstandelijk verhaal ‘De steen’ komt overeen met het beeldhouwwerk ‘Het begin van de wereld’ van de beeldhouwer Brancusi. De onbeweeglijkheid van een steen. Stoïcijns, boeddhistisch. Kan kunst de wereld redden? Kan kunst het lijden opvangen? Allemaal hits van Elvis. Zinnen die mij om de oren tuiten. Er is de tekst ‘En leefden’ uit Wat overblijft is het verlangen (Van Halewyck, 2001) Het begint als een gedicht. Het valt uit elkaar in proza. Bewegen, of het totale gebrek daaraan, dat loopt door het gedicht, en door het proza. ‘De tram reed, reed door de stad, schommelde door de ochtend.’ ‘(…) Toen ik uit de tram stapte, (…) en besefte dat de plaveien onbeweeglijk lagen terwijl de rest oeverloos in beweging bleef (…)’ Angst wijkt voor het woord. Vrouwen laten zich leiden door hun instinct. ‘Tegen dat instinct is geen mens opgewassen.’  En: ‘toen (…) hoorde ik wat ik had gezocht en wat er niet was: de schreeuw van deze menigte, (….)’

Elders schreef hij: ‘Naar de wereld heeft hij niet te kijken.’ Ironie, of overtuiging? Zelf zweert hij bij een uitspraak van de Franse dichter Eugène Guillevic: je engageert je met je leven, niet met je artistieke werk.

Elvis Peeters, in het echte leven een actieve vredesactivist, schreef ‘Beste Luisteraars’, de toespraak aan het eind van de verhalenbundel Brancusi (Van Halewyck, 1999). Het is een van de meest opruiende geschriften uit de Nederlandse literatuur

Toen kwam Wij (Podium, 2009).

Het begint mooi. Ontroerend mooi. Met afgetrainde zinnen. Afgeslankt, als de bedrijven. Al heel snel gaat het mis. Het loopt meteen goed fout. Meisjes op een viaduct over een snelweg tonen hun kutje met geen andere bedoeling dan brave huisvaders achter het stuur van hun volle gezinswagen definitief uit de bocht te doen gaan. En er is de scène waarin een vrouw een ijspegel in haar flamoes geduwd krijgt – Tot de dood ons scheidt. Het overtreft de smerigste internetsides. De roman is volgestouwd met onnoemelijke daden die moeiteloos de goorste grappen in de cafés onder de kerktorens van Steenokkerzeel en Verbrande Brug overtreffen.  Gelukkig is er in die gebieden niemand die leest!  En Onze Ouders al helemaal niet. Het bespaart hen veel verdriet.

Wij is het trieste relaas van wat er gebeurt als de jeugd de liefde gaat bedrijven zoals bedrijven alles bedrijven. De documentaire The Corporation van Mark Achbar (Canada, 2003) inspireerde Peeters voor zijn roman. De prent legt haarfijn uit hoe halverwege de negentiende eeuw Amerikaanse bedrijfsjuristen het voor elkaar kregen dat corporaties dezelfde rechtspositie kregen als individuen van vlees en bloed. Aandeelhouders van grote bedrijven blijven sindsdien buiten schot, terwijl een onmenselijke entiteit –  ongehinderd door geweten of maatschappelijke verantwoordelijkheid – zijn bodemloze geldhonger probeert te stillen. De filmmakers bekijken de multinational als een patiënt bij de psychiater.  Het moreel besef van de multinationale onderneming komt overeen met de persoonlijkheidsstructuur van de psychopaat.

Na het lezen van dit boek ben ik niet meer dezelfde. Een onbeschrijfelijk onbehagen maakt zich van mij meester telkens ik woorden hoor zoals ‘de liefde bedrijven’. Net voor ik dreig te verzinken in volslagen radeloosheid duiken enkele woorden op uit Roderik Six’ roman Vloed(De Arbeiderspers, 2012): ‘Niet de beelden (carnavalesk feestende demonen), noch de betekenis (het regent én de zon schijnt). Nee, enkel de woorden.’ (p.167)

(wordt vervolgd)

 

 

THE WHITE TWEET

juli 2, 2014

 

 

Geluk ligt buiten tijd en plaats.

 

 

PIRRE

juli 1, 2014

En op een gegeven moment
zegt de Pirre: “Dat is hier een driehoekig plein.
Dat heet “dries”. En dat is Keltisch.
Let op, hé man, da’s 2000 jaar oud, he.”

En we moesten allemaal opletten, 
want zo was Pirre: diegene die alles boekstaaft,
neerschrijft, over zijn dorp, over de oorlog,
over nostalgie, over revolte,
over lang en minder lang geleden,
om te kunnen doorgeven aan de jonge mensen
van vandaag, zijn Marokkanen op school in Laken.

Zo was Pirre: conservateur
om progressief te kunnen zijn.
Nen echte Pajot, recht en hoekig.

En vierkantig tegen alles wat vierkant liep
en tegen alles dat vierkant zijn kloten uit hing.
“Jonge mensen weten dat niet meer,” zei hij,
“waarom zouden ze nog staken, of protesteren
als ze weer iets moeten afgeven.
Ze hebben toch nog genoeg?
Kijk eens hoe dat ’t vroeger was.”

En de Pirre die wist daar altijd zo nen draai aan te geven
dat alles weer begon te marcheren, het wiel weer kon draaien
–toch wel één van de oudste uitvindingen, zeker.
Let op, hé man, da’s 2.000 jaar oud. Minstens!

Grootsheid ligt in de details.

En het wiel draaide weer, op volle toeren,
Omdat er geen stokken meer in de wielen staken.
We konden weer verder
marcheren, strompelen, als we zat waren,
of ziek. Als er een steentje in onze schoen had gezeten.
Soms werd in het water een steen verlegd
en veranderde heel de loop van de rivier.

Driehoek, of vierkant, alles eindigt in cirkels.
Het punt achter de zin van ons leven
is een cirkel. Een hele kleine. “En op den duur was Pirre
te ziek om nog naar zijn Ma te gaan, awel zijn moeder
is naar hem gekomen, om te sterven dicht bij hem
in Gasthuisberg”. En toen Pirre gestorven is
in de armen van Ria, vormden die armen
een cirkel. En als wij hier vandaag bijeen zijn,
vrienden, familie en kennissen, dan is dat ook
een cirkel. Een hele grote.

Didi de Paris