Archive for december, 2011

TOY STORY

december 7, 2011

Nooit werd nog iets gehoord van Hans Werner… Het kan snel gaan… Zoals de bibliotheek van Alexandrië verdween, zo zijn ook grote delen van Les Archives De Paris™ zoekgeraakt. Slagerij De Paris raakte in zoveel zusterbedrijven opgesplitst dat ze thans onvindbaar is. De witlofstreek zelf voelde de grond onder zich verdwijnen. Multinationals en hun grootwarenhuizen stelden de boeren voor de keuze: witlof telen op water, of helemaal niets. De consument had de keuze: witlof op water geteeld, of helemaal niets. De vrije markt floreerde… En wie herinnert zich nog Hansje en Grietje? Het waren gelukkige kindertjes. Ze woonden in Slagerij De Paris. Vanaf een kwade dag mochten ze niet langer samen slapen. Grietje kreeg borstjes en een nieuwe kamer. En wie haalt zich nog voor de geest hoe Hansje op een zondag van de cinema kwam? In de keuken stond hagelnieuw te pronken een pick-up, een Philips pick-up . Hemels blauw en grijs. Er hing een penetrante geur van kunststof. Nog moet Hansje knarsetanden als hij het lied hoort dat daar dwarrelde als eerste sneeuw, kunstsneeuw: de Boerinnekensdans!

Het duurde niet lang of op een nacht sloop Grietje, als een Prometheus in pyjama, naar beneden om de pick-up op haar kamer te zetten. Daar genoten Hansje en Grietje sindsdien, tijdens semi-legale bijeenkomsten, nog vaak van een mix van Nana Mouskouri, Love Story, Liesbeth List zingt Theodorakis en Little Green Bag van The George Baker Selection.

In het tijdperk van het kunstwerk en zijn technologische reproduceerbaarheid monde de toestand uit in een strijd om de (re)productiemiddelen, een uitwisseling van ideeën tussen boven- en onderbouw. De ouders gingen in het tegenoffensief. Zij dachten: wat onze kindertjes doen, doen wij beter. Zoals elke revolutie begon ook deze in de salon. Zij onderging een metamorfose. Lambriseringen en meubels op kunstig gedraaide voetstukken baadden in kilo’s boenwas, Perzische tapijten op de eikenhouten vloer. Een kroonluchter uit een keizerlijk kasteel. En als top of the bill een hifi stereo-installatie. Lenco of Dual, dat weet niemand meer zo juist, in elk geval het was de voorbode van een vloedgolf van langspeelplaten ons huis ingerold…

Het begon allemaal toen Valses Viennoises van Hans Werner et ses 40 violons als een Trojaans Paard binnengehaald werd in de salon van Slagerij De Paris. De zaakvoerder stak zijn bewondering niet onder stoelen of banken: je zet die plaat op, je trekt je jas aan, stapt naar buiten, springt op de fiets, rijdt naar het volgende dorp, komt terug, komt weer binnen, hangt je jas weg, en gaat in de zetel zitten en die plaat is nog altijd aan het spelen. On-ge-lo-fe-lijk!

En sinds die dag kwamen er meer en meer van die schijven, die zwarte schijven, het huisje binnen gerold, gevlogen, gegooid, gedraaid…

STANDARD & POOR’S MELDT…

december 6, 2011

Het moet verschrikkelijk zijn: opgroeien in de hel die voortdurend gepresenteerd wordt als het paradijs. Het moet verschrikkelijk zijn geen oren te hebben. Het moet verschrikkelijk zijn geen ogen te hebben. Het moet verschrikkelijk zijn niet te kunnen ruiken, niet te kunnen proeven en niets te kunnen genieten. Het moet verschrikkelijk zijn als je niet meer weet hoe het voelt. Het moet verschrikkelijk zijn nooit tegenstand te krijgen, nooit een vuist te kunnen maken. Het moet verschrikkelijk zijn als je alles mag. Het moet verschrikkelijk zijn als je altijd maar moet consumeren en telefoneren. Het moet verschrikkelijk zijn als je daar altijd maar moet zitten liggen voor je televisie, voor je computer, het moet verschrikkelijk zijn als je als kind niet meer naar buiten mag om te spelen. Het moet verschrikkelijk zijn als je ouders willen dat je je de hele tijd achter je computer of TV zit te vervelen. Het moet verschrikkelijk zijn als je altijd maar moet shoppen, en fast food te eten krijgt en als je alleen maar mag drinken uit blikjes. Het moet verschrikkelijk als ze je altijd maar die energy drinks opgieten en je voor de rest niet mag bewegen. Het moet verschrikkelijk zijn. Het moet verschrikkelijk zijn als je geboren wordt ergens op de top van de plompe plumpudding van de 80 % op de Gauss curve van het Vlaamse leeuwenaandeel van de verkavelde bevolking. Ik was geboren en op slag behoorde ik tot de middenstand, hoor nog ik iemand zingen, maar wie? Waar? En wanneer? Vertel het mij eens op een dag, op een keer. Oh, had ik maar heel mijn leven gehad een computer, had ik maar een iPod, had ik maar een iPad, had ik maar een bankkaart, had ik maar, had ik maar… Het moet verschrikkelijk zijn voortdurend te moeten telefoneren. Om te zeggen waar je nu zit en hoe ver het staat. 100 gram hesp en 100 gram kaas. Het moet verschrikkelijk zijn als je geen geheugen hebt. Het moet verschrikkelijk zijn als je zoals dEUS zingt alleen maar in het Constante Nu te leven. Zoals een vis in zijn bokaal, als een leeuw in zijn kooi. Het moet verschrikkelijk geen geheugen te hebben. Het moet verschrikkelijk zijn geen historisch bewustzijn te hebben. Het moet verschrikkelijk zijn almaar te moeten consumeren. Het moet verschrikkelijk zijn altijd maar te moeten. Het moet verschrikkelijk zijn! Het moet verschrikkelijk zijn! Het moet verschrikkelijk zijn! Voor eeuwig en drie dagen.

Monday, monday, cant trust that day

december 2, 2011

Natuurlijk is het niet cool rond te rijden in de auto van je pa. Dat hadden zelfs de ouders van Lou Reed hun zoon nooit aangedaan. But there aint no cure for the summertime blues. Het pianoriedeltje van “She’s a Rainbow” van The Rolling Stones mengde zich naadloos met het zoemen van de BMW 1800 (bouwjaar 1967). De jonge god Paris ontwaakte uit hibernatie, de slaap die organismen in staat stelt verre reizen te maken door tijd en ruimte. Uit de donkere hemel vielen dikke druppels op het glas van de citroengele auto. Paris werd aangezogen door de wijdsheid van het landschap. Weiden en sloten tot aan het industrieterrein. Oranje vlammetjes tegen de grijze achtergrond. Opspattend water van auto’s die te snel reden. Paris’ kijk werd licht vervormd door het water dat uit elkaar getrokken werd tot dunne slierten. Schuine afgaande strepen. Paris had geen oog voor papa zijn speeltje. De jonge god zat op de achterbank, tussen regen en aarde, en wou elk geluid uit de Blauwpunkt opvangen. Zeker van dit nummer. Het was toen al een enkele jaren oud, nadert nu ook al de halve eeuw.
Zijn gedachten waren bij Bloemen. Haar naam belichaamde het tijdperk, het epoque haar op het frêle lijfje geschreven. “She’s A Rainbow.” Hoe zij haar haren kamde, een tuil van kleuren, lange gouden draden.

Bij elke noot van “She’s A Rainbow” zag hij een ander beeld van Bloemen. De Stones hadden zoveel betere nummers. “You Can’t Always Get what You Want“. “Jumpin’ Jack Flash”. “Street Fighting Man“. “Lady Jane” was pure magie. En “Goodbye Ruby Tuesday“. Meesterlijk! Hoe deze wildebrassen wereldwijd weemoed plantten in de harten van de rebellenclub. En hoe elk middenrif vibreerde als die Brian Jones de sitar speelde op “Paint It Black“. En ze hadden nog ruigere nummers. “Brown Sugar” en “Honky Tonk Woman“. In het heetst van de zomer hadden Bloemen en hij geslowd op “Angie“.

Paris zuchte. Alle fraaie foto’s die hij ooit had gezien op de grote glanzende bladzijden van “Avenue” dwarrelden door zijn hoofd. Zou er ooit een kracht kwaadaardig genoeg zijn om deze liefde te vernietigen?

De auto reed over het bruggetje. Wieren in water. Ondanks alle onheilsberichten was alles glashelder. Het zelfreinigend vermogen van water, dacht Paris, hoe sneller het stroom hoe eerder alles weer zuiver is. Zo is het ook met de gedachten. Hoe sneller die vloeien, hoe eerder de geest zich bevrijdt van al het onaangename.

De radio vervolgde: ” It was the third of September. That day I’ll always remember, yes I will.” Van dit soort muziek hield vader niet, maar een kind moet getroost worden, zeker op de eerste schooldag.

De auto stopte. Op deze maandag van september 1973 werd de jonge god gebracht. Hij gooide het portier dicht. In zijn legerjasje met Mao-kraag en op zijn nieuwe canvas desert boots stapte Paris met flinke pas door de poort. Klaar voor de lange mars.

THE WINTER’S TALE

december 1, 2011

Longtemps, je me suis couché de bonne heure… Om BOKS, de bundeling gedichten bikkelhard en met ijzer doorvlochten, de bundel waarvan de eerste druk nu ook al weer bijna helemaal uitverkocht is; wel, om die bundel te begrijpen, volkomen te begrijpen, moet men, beste jongens en meisjes, kindertjes, zich goed realiseren van waar de auteur afkomstig is: uit het hart van de Witlofstreek, en dan nog uit de burelen van Slagerij De Paris. Mijn Blijde Inkomst, mijn passage, het was een storm, een ravage, tsunami De Paris … Van Slagerij naar Schijverij, een kleine stap voor mij, een grote voor de mensheid! Zo begon die avond mijn optreden.

Vol vuur en plezier vertelde ik. Ik diste op, dikte aan, serveerde, trakteerde, mythologiseerde, bouwde in geen tijd mijn eigen standbeeld op. Bestormde de hemel, maakte de meute diets hoe het was als eerste punker in het stomste dorp van het westelijk halfrond, en hoe het was: die kennismaking met de punk poets, de ranting poets, de scheldende barden, de helse skalden, mijn race met de hellelehonden, en andere heroïek; niets liet ik aan het toeval over. De verhalen over zuipen, vechten, ikke-tegen-de-rest, de bierkaai, de luchthaven, de luchtkastelen, alles passeerde de revue. Ik keek op, en zoals Paulus onderweg naar Damascus plots – White Heath/White Light – getroffen werd, neergebliksemd werd, neergeknald, -sabeld … Een zeepbel die stuk springt, met een schok komen vallen uit een droom, een film die al zijn magie verliest zodra het licht aanfloep, een muurschildering die na duizenden jaren bij de eerste streling door een aarzelend zonnestraaltje opgaat in het niets , zo verloor de avond plots elke betovering… Zo werd ik daar ter plekke getroffen door de pijnlijkste gedachte: dat niemand onder de 35 begreep waarover ik het had.