VLAAMSE POLYFONIE (TUSSEN SLAPEN EN WAKEN)

november 3, 2008

Het is allemaal een kwestie van timing. Ruik ik wierook? Het is een grijze ochtend. Kraaien krassen in de mist. Is het wijwater dat uit mijn mond spat?

Ik nipte van mijn glas. Stormachtig applaus barstte los… Ik wist niet hoe lang ik de massa nu al in bedwang hield. Zo ver ik mij herinner heb ik nooit black-outs gehad. Wel is er het troebele terugblikken op de sjamanistische missies, verspreid over de jaren. Allen verliepen volgens hetzelfde scenario: mijn lichaam bleef ergens liggen terwijl mijn geest ongecontroleerd door tijd en ruimte flitste.

Tijdens mijn speech in de Oude Abtswoning van de Abdij van Dieleghen voelde ik mij weer als aan de universiteit. Dat besef ik nu bij het neerschrijven van mijn zeven litanieën. Buiten het aula-gebeuren verliep alles er prima. Naar sommige lessen was ik al zo lang niet meer geweest dat ik er mijn kop niet meer durfde te vertonen.

Het is de altijd weerkerende droom: in de grote zaal krijg je de vragen. Je hebt vier uur de tijd. Alles gaat uitstekend. Tot het vijf voor twaalf is en je merkt dat je nog maar één van de twintig vragen opgelost hebt…

Ik vrees de vragen die buiten het boekje vallen (apocrief): waar heb je nu weeral gezeten? Je tijd zo zitten verdoen! Je bent net Rip van Winkle. Jaren geslapen, decennia geleden. Een verhaaltje in een handboek Engels. Alle boerenkinkels liepen rood aan, stotterden, struikelden allemaal over het woord “people”, leek verdacht veel op “poepen”.

Of je bent een still uit een film. Een van de patiënten die lijden aan katatonie. Een gevolg van hersenontsteking. Het is jaren zestig. Een jonge neuro-psychiater experimenteerde met L-Dopa. Verbazingwekkende resultaten werden behaald. Niemand kan zeggen voor hoe lang.

Wanneer word jij eens slimmer? Wanneer ga jij eens iets leren? Je draai vinden in ’t leven? (De vragen blijven priemen.)

’t Is toch erg voor al die mensen die daar naar u zaten te luisteren, en diegenen die u hier nu lezen – misschien.

Sommige gelovigen keken mij schaapachtig aan, anderen engelachtig, en hier en daar een die stond beaat te glimmen – alsof ze Hertekamp verwachtten. Eentje ergens ver weg in het publiek hoorde ik gremellachen. Hij had een roodaangelopen hoofd (waarschijnlijk een professionele receptieschuimer): “Alla, is dat nu ook al nen heilige, een tekst over de verschijning van Louis Paul Boon?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: