AN ANGEL AT MY TABLE

oktober 24, 2008

Zaterdag 12 mei 1979.  Het academiejaar liep ten einde en nog was ik aan de studie niet begonnen. Gelukkig had ik in april longontsteking opgelopen en belandde ik een tijd in het ziekenhuis. De kamer lag op het gelijkvloers en bood elke ochtend het zelfde vertrouwde panorama: fabrieken met mysterieuse vuren die opflakkerden tegen grijze wolken, boven het kanaal hingen meeuwen, even traag als de lijkwagen die voorbij reed. Mijn lievelingsnummer was “Final Taxi” van Wreckless Eric. Op Stiff Records. In mijn kamer stierf een man. Ik probeerde overal het goede in te zien. Het hospitaalverblijf zou een uitstekende excuus zijn voor mijn te verwachten academisch Waterloo. Daarop broedde ik die zaterdagnamiddag in mijn jongenskamer. De cursus hield ik als een brevier in mijn handen. Ik was inmiddels tot de conclusie gekomen dat een studie niet te combineren viel met een gigantisch alcoholverbruik, zeker niet als er nog een factor in het spel was die men jaren later makkelijkshalve omschrijven zou als ADHD. Ik kon dus rustig de radio aan laten…

Tot het bittere einde probeerde ik de aandacht vast te houden. Het valt niet mee in je eentje honderdvijfitg man in toom te houden. Ik vervolgde mijn pleidooi voor vrijheid, en tegen haat. Hemel en aarde wou ik verzetten om mijn naaste bij te brengen dat het hoog tijd is het apocalyptische nihilisme een halt toe te roepen. En dat het “nee” aan de onderdrukking ingebed wordt in het “ja” aan het leven. Ik bespaarde mijn publiek de herhalingen, de making of, de verschillende versies van een tekst, de ontogenese. In die Abdij van Dieleghem hield ik mij alleen aan de tekst, mijn stem luidde als een klok. 

Zat er een bedoeling achter? Was het opgezet spel? Net op het moment dat ik dacht de bodem bereikt te hebben, echt niet meer wist van welk hout nog pijlen te maken, kwam uit de transistor een stem. Van een dode. Twee dagen eerder, was hij gestorven. Verbazend hoe snel het nieuws mijn jongenskamer bereikte. Hoe lang duurde het eer het nieuws van de bestorming van de Bastille de buitenwijken van Parijs bereikte?

Het was “Het bos bij nacht”. Een tekst over de dood van zijn broer. Talking blues, onderlijnd met een dikke streep klassiek. Een dichter was hij niet echt. En als het allemaal zo triest niet geweest was had ik erom gelachen. Die gast krasste als een kraai. Zijn timbre en uitspraak waren nog slechter dan de mijne, zijn Nederlands nog erger –

Schrijven is schrappen. Bij eke syllabe verdwenen woorden uit mijn cursus. Alsof die rauwe stem dat allemaal wegschraapte. Gelijktijdig groeide in mij het besef dat ik misschien toch iets kon aanvangen met dat leven van mij. En daar stond hij mij helder voor de geest, hij grijnsde naar mij, als een spook uit een theaterspel van Shakespeare: Louis-Paul Boon.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: