Archive for 14 oktober 2008

LITANIE DE PARIS

oktober 14, 2008

Zwavel en pek!  Ik was op city trip in de hel. In mijn eentje, als drakendoder, de held die zeemonsters of landleeuwen doodt, moest ik een publiek bedwingen, temmen, in bedwang houden, een publiek dat dorste naar receptie. Het was geen klein bier. Tijdens het recentste defilé op de nationale feestdag pronkte het regime tenminste nog openlijk met haar “Sectie Menigtecontrole”…  Mijn discours werd vervolgd:

“In de dertiende eeuw ontstond de beweging van de Ketterij van de Vrije geest. Rumble in the jungle. Opstandige jongeren uit de gegoede klassen. Flinke freules zoals Hadewijch en Margareta Porete, dochters van het kruim van het volk. In Brussel kende men Bloemardinne, of Heilwijck Bloemaerts. Een rijke patriciërsdochter, ongehuwd, samenwonend met andere vrouwen. De buurman was Ruusbroec. Jaren, decennia en eeuwen later zindert de inpakt van deze Vijfde Kolonne nog na. In haar portret van Rosa Luxemburg vergeleek Henriëtte Roland Horst de vermoorde communiste met Meister Eckhart en Hadewijch….

Margareta Porete. Geboren rond 1250 in Valenciennes, in de schoot van onze moeder de heilige kerk liefdevol vermoord in 1310- Haar denkwerk, of ketterij, in haar moers taal, begrijpelijk voor de meute, moet gezien worden tegen de achtergrond van het expantionisme, of imperialisme van Philips de Schone. 1294 verovering van Ponthieu en Gascogne. 1297-1299: verovering van Vlaanderen. Tegen dit alles kon men zich slechts verweren als een duivel in een wijwatervat. Sedert het midden van de dertiende euw werden deze contreinen, om de haverklap door taalstrijd in vuur en vlam gezet, opgeschrikt door de intellectuele eenmansgeurilla van Jacob van Maerlant. Als een high brow-Robin Hood schreef hij in de volkstaal. Rond diezelfde tijd bewegen Dante Alighieri en zijn gids Virgilius zich, in de taal van het gemeen, in Canto XX van de Louteringsberg, zich voort in de ruimte die niet door zielen ingenomen wordt. “Ik bewoog mij verder in de niet door zielen in beslag genomen ruimte.” Dus is de ziel iets ruimtelijks, iets materieel. Contradictie. Hoeveel Engelen kunnen er op de punt van een mes?

Margarete Porete wou de ultieme vereniging met god bereiken door de ziel te vernietigen. Dit is een Boeddhistische thema. Om te begrijpen hoe deze opvattingen overkwamen moeten we even kijken hoe men in die tijd omging met zelfmoordenaars. Zodra men weet had van een suïcide trok men naar het huis van de zelfmoordenaar. Er werd een gat onder de dorpel gegraven. Daar werd het kadaver onder door getrokken, om vervolgens het lijk door de modder en het vuil van de middeleeuwse straten naar de galg te slepen en het stoffelijk overschot eraan op te hangen. Vaak hing men er dan nog honden en wolven naast, onreine beesten. Een moordenaar had een fysiek persoon gedood, een zelfmoordenaar had ook een ziel vernietigd… Etymologisch houden wij er een trits uitdrukkingen aan over. Iemand door het slijk halen, onderuit halen, etc. Aan elke toegangsweg tot de stad stond een galg. Meestal op een heuvel. Zo kon men het al van ver zien. Er bengelden altijd wel een paar kadavers aan. Om potentiële misdadigers af te schrikken. Als een lijk als een rotte vrucht naar beneden viel moest de beul het opnieuw ophangen. Net zolang tot er niet genoeg overbleef om op te hangen. Dan stak men de restanten in ongewijde grond. De galg bestond uit vier rechtopstaande palen, verbonden met dwarsbalken. De constructie vormde een soort kubus zoals men die ziet op schilderijen van Francis Bacon. Op de vier rechtopstaande balken stond een smeedijzeren vaandeltje: de vaantjes. Kunstzinnige smeedijzeren vlaggetjes die met de wind meedraaide. Zo wist de naderende bezoeker nog voor hij goed en wel de stadspoort bereikt had vanwaar de wind kwam, en kon misschien vermeden worden dat de pestilente stank hem, of haar, in het gezicht sloeg. Nog zegt men “het is naar de vaantjes”.”

In de zaal viel een speld.

Hoeveel engelen krijgt men op de punt van een mes?