Archive for 14 september 2008

LOST

september 14, 2008

Met een zwier parkeerde Robert de auto voor de deur van het Theater aan de Kaai. Wij monsterden af. Hadden tijd zat. Robert was er helemaal klaar voor om de massa’s toe te spreken, te begeesteren.

Telefoon: Harm Hanssens en zijn muzikant Frans Orbitans waren onderweg. Ze schoten goed op, ze zaten al aan de Botanique. Ik doodde de tijd met na te denken over de ligging van het college. Het is niet terug te vinden. Een behekste locatie. Het was nochtans een belangrijke periode geweest: de hoogdagen van Dirk V., het kiemen van Didi de Paris, en van Country ‘Cow’ Joe was nog helemaal geen sprake. Niemand kon vermoeden dat het leven zou verlopen als het traject van een drietrapsraket (van Wernher von Braun).

Telefoon: Harm Hanssens en zijn ordonnans Frans Orbitans waren op de trein der traagheid gesprongen. Twee uur reden ze er nu al over. Van aan het Theater aan de kaai ziet men het goed. De krachtlijnen van de stad. Koekelberg, Rogier, Kruidtuin: één duidelijke lijn. Nergens op dit korte traject waren Harm en Frans te bespeuren. “Misschien zijn ze opgeslokt door de krachtlijnen van de stad,” (een iemand). “Deze stad is gebouwd op moeras.” (een ander) “Neen, de auto’s rijden achteruit.”(een derde).

In het college hing een gespletenheid. Ofwel in onze harten (zoals de kadavers in het slachthuis van Anderlecht). Of was dat Hineininterpretierung? Het kan onmogelijk de bedoeling geweest zijn dat de patertjes ons in die mate opfokten tegen onze naaste. Ik ontpopte mij tot een rabiate Fransenvreter.

Vanwaar het woord “verkavelingsvlaams komt”, is mij een raadsel. Op de bus zaten heel wat Franstalige kinderen, uit de verkavelde nieuwe wijken. Zou men vandaag spreken van “nieuwe Belgen”? Anyhow, op mijn warme sympathie  kon elke Vlaamse rand van de beweging, zelfs de meest bruine en zwarte, rekenen.  Was aan mij een groot redemptorist verloren gegaan? Ik was een verdediger van alle facetten van collaboratie . Tot ik uiteindelijk overging tot de aanbidding van The Beast himself, Mister One-Eight.

Anderzijds was het college ook een broedhaard van vernieuwende ideeën. Wij kregen er bv. les van Zjiepie-O. Een piepjonge leerkracht godsdienst. Die zou ettelijke revolutionaire hond wakker maken. Zjiepie-O was een held. In elke les sprak hij bevrijdende woorden. Zeker als hij het had over de onnoembare handelingen waaraan wij ons allemaal, in eenzaamheid en onwetendheid, stiekem, en minstens één keer per dag, bezondigden. Bij velen resulteerde het in een tenniselleboog.  

Telefoon: Fratero Pedro zat in de lift. Al drie kwartier. Hij zou speciaal voor de gelegenheid een maagdenlied komen zingen. A la Howling Wolf.

 Zjiepie-O bracht licht in het donker. Hij brak het brood, sprak woorden… Alleen al de herinnering aan om het even welk van die woorden bezorgde ons het schaamrood… Hij draaide plaatjes. Veelal Herman van Veen. Zjiepie-O was de eerste d.j. in mijn leven; Zjiepie-O was een wijs man. Bij momenten wollig als een filosoof. Zoals toen hij sprak over «de mijnbouw in Chili». Overschot van gelijk had hij dat hij mij er toen weer eens uitgooide. De week daarvoor had hij mij ook al op mijn zenuwen gewerkt met een les over – het had nochtans veelbelovend geklonken – rock. Wat hadden wij nu aan al die getallen over de platenindustrie? Wij wilden muziek, geen cijfers. En nog minder « de mijnbouw in Chili ». Allemaal onverteerbaar voor boeren-puber-pummels in een stad vol taalstrijd.