ET MOI JE VEUX NAGER

september 23, 2007

Blauwer dan azuur was de hemel – Een polaroid. Populieren ruisden zacht. De grasvelden zonovergoten tooiden zich met madeliefjes. Het zwembad had zich gevuld met mensen. Gejoel steeg op in de open lucht. Joe zijn oog viel op dat ene jongetje. Ja, hij had het goed gezien. De mensenzee splijtte zich. Een jongetje dook op, bruiner dan de felste Nivea-reclame. Het jongetje was – Je gelooft je ogen niet – dit jongetjes zwarter als Modriaantje of Sint zijn Piet. Gaf het licht af in het donker? Dit negerventje even oud als Joe, glom, zoals het Negertje op de toog Bij Dikke Anna.

Leefde dit? Was het een pop? Het kon onmogelijk een echt kindje zijn. Een pop die hier ooit achtergelaten was. Iedereen was gevlucht voor plots opstekend onweder. Men had het achter geaten. Op het strand. Langs de rand van het zwembad. Of in Pompeï. In zijn verlatenheid was de pop uit puur verdriet tot leven gekomen. Wellicht was het een rubberen mannetje. Of Pinokkio. Of het mannetje van MichelinÔ ? Iets had het leven in geblazen? Het briesje in de populieren? Dit wezentje was opgebouwd uit hetzelfde materiaal als dat rare poppetje dat Joe thuis had: Martin de Champetter. Armpjes en beentjes plooibaar in alle denkbare richtingen. Zo bleven ze dan staan. Rubber. De huid glom als Flipper. Boven de het zwembad was de hemel cinema-blauw.

Achteraf bleek het niet zo erg geweest te zijn als wanneer je bij voorbeeld oog in oog zou gestaan hebben met de krokodil uit Kuifje in Congo… Dit was dus het soort gasten waar Joe, samen met Nicole – ze had de naam van een fleurig boekket, maar een hemeltergend spraakgebrek: ze sprak Gents, plat Gents! – bij de Zustertkes in de Bewaarschool – Notre-Dames-des-Fleurs – zilverpapier moesten voor verzamelen. Dit waren de rechtmatige eigenaars van de Olifant van Côte d’Or. Joe, voor geen kleintje vervaard, waadde op het jongetje toe. Kroeshaar, gaaf gebit en een glimlach in Panavision. Aarzelend, als betrof het eerste contact met buitenaards leven, raakte Joe zijn wijsvinger de jongen aan. Zijn hand wreef over de huid die glom in de zon. Het was geen gouache. Het was niet afwasbaar. Eindelijk wist Joe wat hij later worden wou: een neger.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: