Archive for 17 februari 2007

Born To Be Wild

februari 17, 2007

bremen03.jpg

1968 was ook een heel bijzonder jaar… De hele meimaand was Frankrijk in de ban geweest van oproer. Een remake van de Commune van Parijs, nog bloediger dan in 1871, werd op het nippertje vermeden. Van de monstruositeit die door het leven ging onder de naam «Generaal De Gaulle» vertoonde men toen alleen medium-shots. Zo kon niemand zien dat hij in zijn broek scheet.

Vietnam verscheurde de Verenigde Staten. Burgeroorlog hing in de lucht. Ontelbaar waren de troepen die werden ingezet om vuurhaarden te blussen. En in eigen land stierf, tot overmaat van ramp, op 2 september van dat jaar onze Grootste Volksschrijver…

Natuurlijk trekt de kleinste kermiskoers in het luizigste boerengat nog altijd tien keer meer volk dan om het even welk jarenlang zorgvuldig voorbereide literair evenement in een metropool. Alles, zoniet veel, is betwistbaar. Het is beter de dingen niet bij hun naam te nomen. Toch is het met schrijvers een beetje als met wielrenners. Hoe onbeduidend de groep liefhebbers ook is, nooit raakt men het erover eens wie nu eigenlijk de grootste is.

In elk geval was bij zijn heengaan, zo niet de meerderheid, dan toch een niet onaanzienlijk deel van het land gehuld in diepe rouw. Op vele plaatsen, in vele harten, werd getreurd om het verscheiden van het boegbeeld van christelijk geïnspireerde ontvoogding.

Zijn schrijven was vergroeid met het land. En ook dat is niet de hele waarheid. De laatste vijftig jaar had de held in de hoofdstad gewoond. Graag was hij teruggekeerd naar zijn dorp. Daar wilde zijn vrouw niet van weten. Was het omdat zij uit het noorden kwam en mogelijk daardoor minder gevoelig?

In de grote koude stad, in tijd en ruimte ver van alles en iedereen afgesloten, ontstond uit niets anders dan fantoompijn, een kroniek over zijn dorp in de tweede helft van de jaren twintig.

Op 8 september, de dag dat de teergeliefde schrijver naar zijn laatste rustplaats werd gedragen begonnen de opnames van een televisiefeuilleton gebaseerd op zijn werk. Luttele weken later, op 18 januari 1969, kwam de eerste aflevering op de buis. De snelheid waarmee men toen bij de nationale televisie tewerk was gegaan, en die normaliter slechts te beurt viel aan koningen en rampen, gaf de reeks de dramaturgie van een extra nieuwsuitzending.

Niets is nog zoals het toen was. In die dagen bleef de kijk op de wereld nog hoofdzakelijk beperkt tot twee televisiekanalen, één voor ieder landsdeel, in zwart-wit.

Het was meteen een schot in de roos. Drie seizoenen na elkaar! Twee reeksen van tien afleveringen, één van zes. Een bloedstollende serie over een pastoor, zijn meid en een stel hufters in hun hutten rond de kerk.

Van bij de eerste sequentie werd er geschiedenis geschreven. Ronduit legendarisch was de traagheid waarmee dit alles in beeld werd gebracht! Elke shot was een trip op zijn eigen.

De hoge concentratie getelevisioneerde godsvrucht kluisterde de natie week na week aan de buis. Elke aflevering voltrok zich in elke huiskamer een ware transubstantiatie. Het televisietoestel veranderde in een tabernakel; de beeldbuis in een godslamp.

Zoals het beeld op het netvlies opgevangen wordt, zo stond ook het land op zijn kop. De straten, getroffen door de hand gods, waren leeg. 74% van de bevolking keek naar dit feuilleton. Nooit werd zulks geëvenaard.

Het leven houdt wel meer verrassingen in petto. Vóór elke aflevering constateerde men een beduidende stijging in het elektriciteitsgebruik. Na afloop steeg het watergebruik.

Dat biecht de televisie vanavond, meer dan dertig jaar later, op. Waaruit men mag concluderen dat we toen ook al goed in het oog werden gehouden!