Archive for 29 januari 2007

XXX

januari 29, 2007

mina-loy.jpgvenus10.jpgs83.jpgtitle-card-example-1.jpgNog één nacht slapen en lees dan hier samen met ons:

“A Girl Called Horse”

Sensatie, sensatie. Kom dat zien, kom dat zien! Spanning en sensatie gegarandeerd.

 

_________ Het feestcomité ___________________

Advertenties

Whiskey For The Holy Ghost

januari 29, 2007

s83.jpg

Drie vette kraaien trokken snelle, donkere cirkels door de dikke rook boven het viaduct van Vilvoorde. Na dagen on the road was Country ‘Cow’ Joe toe aan een adempauze op Aarde. Die avond ging Joe met zijn zoon Blue naar de oudste concertzaal van StadtÔ VilleÓ CityÒ . Het gebouw was de parel aan de kroon van de negentiende-eeuwse prille arbeidersbeweging.

Voor het podium stonden twee generaties verenigd in complete adoratie voor Mark Lanegan en Isobel Campbell. Het was meteen raak. Van bij de eerste noten schoten het duo en hun uitstekende begeleidingsband met scherp: “Revolver” van “Ballad Of The Broken Seas“. Het nummer trok vederlicht door merg en been. Joe staarde de hele tijd. Dat was genant. De zangeres wist zich so wie so al met zichzelf geen blijf. Als ze dan nog de cello tussen haar wijdgespreide benen hield ging ze helemaal blozen. Ook Lanegan kreeg het onder de priemende blikken van Joe bij momenten te kwaad. Temeer omdat hij zo ontzettend zijn best deed zijn medemens te laten geloven dat hij onherroepelijk asociaal is, een slecht mens. Joe doopte deze muur van onzekerheid, waarachter zonder twijfel een uiterst gevoelig man schuilgaat, onmiddellijk om tot “Toffe Mark”.

Ondanks het kijken van Joe en het herhaaldelijk ter hand nemen van de cello zong Campbell in haar eentje “Saturday’s Gone” terug naar de hoogdagen van Billy ‘Lady Sings The Blues’ Holliday. “Come to me” van op het Lanegan album “Bubblegum”, contrastreerde mooi met “(Do you wanna ) come walk with me?” vanop the Broken Seas. Die Lanegan heeft een klasse in huis. Een klasse die moeiteloos zelfs Nick Cave overschaduwt. De grootsheid van Johnny Cash. De grandeur van Lee Hazelwood. In dezelfde tonaliteit lag hun versie van “Sand”. Gigantisch nummer van Frank Lee en Nancy Sinatra. Een nummer dat Joe totnogtoe alleen ter ore gekomen was via Einstürzende Neubauten.

Het werd een concert zonder opbouw. Het was één langgerekt hoogtepunt. Permanente kwaliteit. Er zaten geen mindere nummers in. Minstens even lang moest dit duren als een orgasme bij de lieveheersbeestjes. Ùùù-rèn!Zijn hele leven al was Joe een notoir rockconcertloper geweest. Mogelijk was dit het beste wat hij ooit had gezien. Niet eens rock’n ‘roll. Alhoewel, als toegift serveerde men Hank Williams “Ramblin’Man” en ‘Wedding Dress’ van Lanegan zijn ‘Bubblegum’ uit 2004. Als een trouwkleed bleef de song nog uren in al zijn schoonheid eenzaam hangen in de leegte boven de bühne.

Een van de albums van Lanegan heet ‘Whiskey For The Holy Ghost’. En dat is wat er zich volgens Country ‘Cow’Joe die avond voorgedaan heeft. Er werd geofferd aan de goden. Ten tonele verscheen een man rossig als herfstbladeren, robuust als een eik, zijn bast vol tatoes. Helemaal in zijn eentje uit Lee County, Iowa. Hij had een een gigantische banjo bij, en een gigantische fles Jack Daniels (gezinsfles -extra large). Het instrumentarium dat hij nodig had om te kunnen zingen over zijn verloren paradijs dat zich had bevonden aan de rivier, twee uur zuidwaarts van Iowa City. Joe zag de fles altijd maar groter worden.

William Elliott Whitmore was de naam. Na een stevige slok zette deze vogel quasi a capella in. En hoe! Telkens hij zijn mond opende zag Joe nieuwe zwermen zwarte vogels de zaal in fladderen. Whitemore ramde zijn ravenzwarte songs door het zwartberoete zwerk. Slechts hier en daar een plukje banjo. Ondertussen de maat stampend op het podium. Alsof er een bende ladderzatte kozakken de kazatsjok dansten en ondertussen vierentwintig eskadrons tanks de stad binnenreden. De lusters gingen ervan heupwiegen. De negentiende-eeuwse concertzaal heeft ongetwijfeld al heel wat drama zien passeren, maar die avond leek het alsof ze alle duivels en kwade gedachten van zich wou afschudden. Tot in haar grondvesten sijpelden de songs. Hoofdzakelijk afkomstig van de man zijn derde CD “Song of the Blackbird”. Whitmore klonk alsof hij de voorbije honderd jaar niets anders gedaan had dan van zonsopgang tot zonsondergang katoen te plukken, down in the deep South. Complete beheersing, stem en virtuoos bespelen van de microfoon als instrument. Diepe dalen en hoge bergen bezong de mountainier. Zijn ouders hadden paarden gefokt. De zanger groeide op tussen de platenkast van zijn opa en de avondlijke veranda-concerten van vader op de gitaar en grootvader op de banjo. Idyllischer kan het niet klinken. Op zijn zestiende sprong er een snaar. Kanker velde zijn vader. Twee jaar later stierf zijn moeder in een motorongeluk. Op de plek waar zij en haar man elkaar voor het eerst hadden gezien.

“And sad is the lullaby from my mother’s heart and soul“. Terwijl “Brother Where Art Thou?” aan zijn geestesoog voorbijtrok nestelde het aanstekelijke ‘One Man’s Shame’ zich als een instant hit in Joe zijn hersenen en zenuwen en lever. William, de lonesome Shakespeare Cowboy, zong met een stem, waarmee Johnny Cash gloeiend ijzer smeedt, een stem die moeiteloos de donder laat rommelen in de hoogste bergen, en dan met even veel gemak naar de diepste dalen komt rollen. Deze nachtegaal herinnerde aan de jonge Tom Waits, en de hoogdagen van Warren Zevon zaliger. Tot slot gaf Whitmore nog one for the road: Johnny Law, een song over een kwaal die internationaal is, de overijverige flik. Jammer dat dit niet op een album terug te vinden is…

Buizerds cirkelden onheilspellend in het zwerk, oude eiken kraakten. Langs de kant van de weg hing een bloem in de knop gebroken. De attributen waarmee Peter-Joel Witkin zijn prachtig lugubere foto’s componeert. Onderwijl werd er alom non-stop gestorven dat het een lieve lust was… Nog interessanter was… dat Whitemore na enkele songs de fles liet rondgaan. Gulzig en gretig sloten talloze lippen zich rond de flessenhals. Joe vroeg zich af hoe het zou gelopen hebben als hij die avond niet met de auto en met Blue daar was geweest. Het zou ongetwijfeld op een gigantische rel uitgelopen zijn als hij, die daar zo helemaal vooraan stond, als eerste die fles in handen had gekregen – Mark, Isobell en William zijn hem er achteraf uitvoerig voor komen bedanken. Dat moest worden gevierd. Gelukkig kon Joe rekenen op zijn zoon Blue.