Archive for 26 januari 2007

The Day After

januari 26, 2007

mina-loy.jpg

De radio speelde “Only love can break your heart” van Neil Young. Kwaad gooide Country ‘Cow’ Joe de gazetten weg. Het was niet eerlijk. Het was niet serieus. Vier optredens had die Didi de Paris op en rond de Nationale Gedichtendag gegeven. Joe was blij dat het voorbij was, dat het nu weer voor een heel jaar gedaan was met die poëzie. 

Geen uithoek van StadtÔ VilleÓ CityÒ kon men bedenken of Didi de Paris was er verschenen. Een poëticale Blitzkrieg die alleen zijn weerga vond in De Bello Gallico. Alle hoeken van de tricolore gevarendriehoek waarin wij sinds mensenheugenis vertoefden liet hij de medemens zien, alsof het een boksring was. Eerst was er die boekpresentatie geweest, in de nok van het huis waar er in StadtÔ VilleÓ CityÒ nog steeds Geuzen wonen. 

Joe realiseerde zich dat het haast onbegonnen werk is te beschrijven wat zich daar in de hoogste regionen der contemporaine belletrie heeft afgespeeld.  Het draaide allemaal om Guido Belcampo. De man die in het barre gebied  in de vroegste eeuwen der eeuwen literaire evenementen organiseerde. Nacht van de Poëzie. Da’s toch elk literair optreden. In elk geval zonder Guido Belcampo zou er geen enkele dichter op het podium hebben gestaan. Klap op de vuurpijl was Johan Joos. Die heeft daar een performace gegeven waarbij zelfs de verstokste geus smekend de ogen ten hemel richtte. Een vrijzinnige is óók maar een mens. Johan Joos het geheim wapen der Vatikanese Tsjeverij. Een performance om Elvis tegen te zeggen. Een acte de présence, die alle Russische avant-gardisten binnen één seconde uit hun graf optrommelden om samen met hem op het podium een knekeldans te komen opvoeren.

Die Didi de Paris wist van geen ophouden. Na al dat fraais, inclusief de receptie, wou die nog afdalen in het mooiste café  van het noordelijk halfrond van  StadtÔ VilleÓ CityÒ . Timing is het halve werk. De massa roodaanlopend, en almaar luidruchtiger wordend was nog nauwelijks in bedwang te houden. Maar de grootmeester der contemporaine belletrie wou pas aantreden om één minuut voor middernacht. Om zo symbolisch als altijd, de gedichtendag open  te breken als een ei bij het spek in de ochtend. Jammer dat hij dat gedaan heeft met een koevoet… Natuurlijk hoeft geen van ons er een tekeningetje bij. Rond middernacht is hij er aangetreden, met teksten over een obscure bokser en dichter.

Schandelijk was het hoe hij het daar aanwezige deel der mensheid maltraiteerde, alsof het zijn eigen tekstjes waren. En de aanwezigen zaten daar maar te wachten tot er een gedichtje kwam. Neen, van gedichtjes was helemaal geen sprake. Merel en Dora en Pjeerro en Lowietje, iedereen was komen opdagen. . De Paris trok daar een grote lompe grijze muur op, van woorden. Onverteerbare brokken tekst.  Muur zoals men die tegenwoordig alleen nog durft op te trekken rond Palestijnen. En het zal wel weer een illegaal bouwsel geweest. Het gebeurde zonder opbouw, zonder uitleg over die figuur, Arthur Cravan. Er waren niet eens pauzes reclameblokken voorzien. De mensen hadden niet eens de tijd om eens naar de koer te gaan. En staat gij daar nu stom van dat de radio nu uit volle borst overgeschakeld is op “In the Gettho“?

Waarom moet die jongen toch altijd zijn teksten onaf ten beste geven, in de barste gebieden der alcoholische etablissementen? Dacht Joe haast luidop. ’t Is dat er zo’n schoon meiske naast hem zat. Anders was hij niet blijven luisteren. Diep in hem hoorde hij de hele tijd “Für Elise”.

Oh Pjeeroo! Zijn oogskens blonken van achter zijn glazen brilleken, sjekkie in de linkermondhoek. Slechts op de valreep en met de grootste moeite kon Louwietje hem beletten met de hellehond de nacht mee in te trekken.

Het was slechts een eerste lezing, zie je. Vandaar dat het zo een gigantische misserd geworden is. Hij kreeg er toch nog behoorlijke reacties op. Ja maar, de strengste criticus voor mijn optredens ben ik zelf, hoorde hij hem zeggen. Jaja, jong, goe’ bezig, antwoordden de anderen. En Joe had dat allemaal gezien.

Van de allercharmanste, de bazin van het etablissement kreeg de auteur nog een fles van de allerlekkerste wijn onder de arm geschoven, als wilde zij daarmee liefdevol zeggen: “Het is niets. Volgende keer beter. Ik had altijd gedacht da gij een vrouw waart. Hier zie, mijne jongen. Mijn lekkerste fles. Drinkt gij u nu daar maar eerst eens een stuk mee in uw kloten.”

Dat miste zijn effect allerminst. Nauwelijks enkele uren later, op het middaguur in het hart van StadtÔ VilleÓ CityÒ was het een hele verademing, na de misserd van vorige nacht. Er was al heel wat beterschap te merken. Het materiaal was beter gerangschikt. Er zat al wat meer opbouw in. En – belangrijk! – terwijl de mensen daar hun soepke zaten op te eten, kregen ze een boel informatie over die Cravan ingelepeld. De kleine menselijke verhaaltjes, dat willen de mensen weten – ook tijdens hun eten! 

Het optreden in het hoofdstedelijk gebied van StadtÔ VilleÓ CityÒ was goed. Maar helemaal anders. Weinig volk. Zeven man. Dat laatste moet hier letterlijk genomen worden. Ei zo na werd onze held belaagd door de plaatselijke jongensclub van downtown. Hij,  in zijn hoedanigheid van laatste bolwerk van de hetereseksuele monogamie, was blij dat er nog een grouppie bij hem was om hem te beschermen tegen onzedelijkheid, verderf en ongecontroleerd gedrag.

Joe staarde in het zwerk. Het sneeuwde.  Even maar. Fijntjes.