Archive for 21 december 2006

Country ‘Cow’ Joe & The Fish

december 21, 2006

fishboy-2.jpg

Het regende. Uitgerekend die dag, elk jaar opnieuw. Een natuurkundig fenomeen dat was uitgegroeid tot een kwaadaardige traditie. Of zag de Heiland Zelf zijn aftocht uit het aardse tranendal liefst herdacht als een film noire waarin het water bij bakken uit de hemel drensde? In elk geval, was Goede Vrijdag, de dag waar wij, ongelovige honden, ieder jaar opnieuw, al maanden van tevoren naar uitkeken. Of was er meer aan de hand? Het dorp telde vierduizend inwoners en zeven slagerijen. Ik bekend: ook ik ben een slagerszoon. Het was alsof God de markt wou bestraffen met een remake van de zondvloed. 

Het katholicisme leverde toen zijn laatste achterhoedegevechten. Waar de christene zich voorheen elke vrijdag gedwongen zag zich te onthouden van vlees, gold dit nog slechts voor één vrijdag in het jaar. Een etensrest van een streng regime. Men had betere dagen gekend. Het christendom is veel vroeger gevallen dan het communisme.

Goede Vrijdag bleef het langst overeind. Geen dierenrechtenactivisten of veganisten. Een traditie… Alle lieden van slechte wil herdachten het betere timmerwerk op de Berg Golgotha… En dan nog fêteerden velen heimelijk het Inferno van Dante. Voor ons, arme duivels, bleef het in die dagen nog, buiten de te verwachten Val der Duiven (en het christendom), wachten op Godot en elk andere teken van moderniteit. Jaarlijks verlof, wekelijkse rustdag en andere concrete verworvenheden en verwezenlijkingen van de reëel geworden nieuwe tijd waren ons, kleine neringdoeners, vooralsnog niet te beurt gevallen. Een slager moest het godganse jaar paraat staan. Op elk uur van de dag in staat zijn de nood van zijn naaste te lenigen. Het vlees was zwak. Ook op zondag.

Slechts één dag per jaar was het ons vergund de poorten van ons vleesverwerkend bedrijf achter ons dicht te gooien. Goede Vrijdag, de enige dag op de kerkelijke kalender waar naar uitgekeken werd. Onze capitulatie. Het duivelspact tussen religie en bloedworst.

Op Goede Vrijdag hadden wij ongelofelijke haast. Zo snel mogelijk wilden we de zee bereiken. Meestal regende het. Stront. Viel als manna uit de hemel. Hoe de Godheid ook zijn best deed zijn sluizen open te houden, niets of niemand kon die dag onze pret bederven. Aan zee aten wij vis.