Er schijnt dezer dagen nogal wat commotie te ontstaan rond een music hall over Anne Frank. De verontwaardiging draait rond de vraag of men een wreed verhaal mag vertellen in deze vorm? Enkele jaren terug werd deze tragedie verteld door een komiek. Roberto Benigni deed het nochtans in de met prijzen overladen prent La vita e bella. De sublieme (joodse) rebel Kinky Friedman die het presteerde het de door de nazi’s industrieel georganiseerde uitmoorden van joodse medemensen te bezingen in een melig country en western nummer.
Lang werd er neergekeken op strips. Toch is the graphic novel “Maus” van Art Spiegelman , niet alleen één van de belangrijkste romans van de laatste dertig jaar, het is ook het beste, het eerlijkste en een van de sereenste werken over dit verschrikkelijke verhaal.
Steeds meer probeert men zich te bemoeien in kunstuitingen. Verbieden is weer volop aan de orde. De foto’s van Boon, Humo mag Disney niet persifleren op de cover. In kunstgallerijen hoedt men zich ervoor bepaalde religieuze groepen tegen de haren in te strijken. Als de kunstgallerij tot voor kort nog de plaats was die de leegelopen kerken zou vervangen dan is dit vandaag de enige plek waar nog gemoraliseerd wordt. Het anachronistisch verbieden van L.P.Boons feminatheek wordt moeiteloos met enkele clicks achterhaald door de schunnigheden en -soms erg ziekelijke dingen – die er op het net te zien zijn. Vandaag loopt men er op eieren. Elke mening – hoe walgelijk ik die ook mag vinden – mag verkondigd worden. Of is de verklaring eenvoudiger en bepaalt vandaag de vorm de norm?
